Selecteer een pagina

Schrijvend aan mijn boek zie ik nu

Ik had geen schijn van kans.
Ik dacht anders, ik voelde anders, en ik moest ook nog een jongetje zijn.
En ik was slim, veel te slim.

Ik was altijd afgeleid, maar steeds werd ik ruw bij de les gehouden. Ruw betekende voor mij dat ik werd geconfronteerd met de mening dat wat ik deed en wie ik was niet paste en niet hoorde. Het werd waarschijnlijk nog heel voorzichtig gebracht. Het werd alleen nooit als mening gebracht, maar als voldongen feit.

De eerste paar keer moet ik gedacht hebben: “Nou en? Laat me!” Maar ik werd niet gelaten. Het voorzichtige werd steeds beslissender. Nog steeds aardig, maar geen ontsnappen meer aan.

Dus ben ik gaan opletten. Ik ben ervoor gaan zorgen dat ik nooit meer op mijn vingers zou worden getikt. Daar ging al mijn slimheid aan op. Van afgeleid werd ik superoplettend als tweede natuur. Nee, het werd mijn eerste natuur. Afgeleid zijn, in mijn eigen wereld, kon ik alleen nog maar als ik alleen was. Als er mensen in de buurt waren was ik op mijn hoede, altijd.

Ik had geen schijn van kans. 

Ik kan nu wel willen dat ik rebels was geweest, tegendraads, en dat ik zo mijn eigenheid had kunnen behouden. Maar die vonk, die was er niet. Ik heb nooit geweten dat de aanval een optie was, misschien juist wel omdat het altijd zo aardig gebracht werd, en ik te verbijsterd was die paar keer dat dat hardhandig gebeurde. Misschien ook wel omdat ik van huis uit mee kreeg dat zachtjes meebewegen de enige optie was.

Voor mij bestond er alleen maar terugtrekken.

Steeds verder terugtrekken.

Natuurlijk is dit een verhaal dat ik mezelf vertel.

Het is een helend verhaal.

Omdat het verhaal dat ik mezelf tot nu toe vertelde was dat ik best mezelf had kunnen zijn als ik daar maar wat beter mijn best voor had gedaan. Weet je, ik heb mijn hele leven altijd alleen maar mijn stinkende best gedaan. Eerst om niet afgewezen te worden en vervolgens om mijn unieke zelf te zijn.

Ik wil stoppen met mijn best te doen, maar daar wil ik niet mijn best voor hoeven doen.

Ik wil zo graag dat kind weer voelen,  dat zei: “Nou én? Laat me.”

Steeds vaker lukt dat.