Selecteer een pagina

Op 31 december neemt het jaar 2020 het piepjonge jaar 2021, dat staat te trappelen, even apart.

“Dag lieverd, ik wil je wat dingen vertellen om je voor te bereiden.”

Ze zitten samen op een bankje. 

“Ik zou je in mijn armen willen nemen, maar ik wil niet dat ik de ellende van mij aan je overdraag. Al ben ik bang dat je nog wel even aan die anderhalve meter en de mondkapjes vast zit.”

2020 zucht.

“Weet je, ze gaan vreselijk veel van je verwachten en daar moet je je niet teveel van aantrekken. Ik probeer dat ook niet te doen met alles waarmee ze mij willen identificeren. Vergeet nooit dat je ook het jaar bent van alle kleine, haast onmerkbare dingen. Koester die, zie ze, want mensen vergeten het. Aan jou om ze te bewaren. Het kindje dat voor het eerst in een waterplas danst. De jongen die zijn hond omhelst. De oude vrouw die van de winterzon geniet en van de rode wangen die ze krijgt van buiten zijn. Dat ben je allemaal ook. Laat gebeuren wat gebeurt, en neem die kleine, dierbare momenten met je mee. Voor al die andere dingen hebben mensen krantenkoppen, jaaroverzichten en geschiedenisboeken. Laat alle verwachtingen los, en wees.”

“Wees wat?”

“Niks wat. Wees. Punt. Besta, dat is genoeg.”

Het was donker geworden, het oude jaar stond op en voor het de wereld uit liep, keek het nog een keer om.

“Succes, lieverd. Denk eraan, de kleine momenten.”