Selecteer een pagina

Tot een maand geleden hoopte ik nog vurig dat ik ooit mijn partner tegen het lijf zou lopen. Ik zocht niet actief, ik zou niet eens weten hoe dat moet. Nou ja, twee jaar geleden heb ik ooit een date gehad via een dating app. Het was best een leuke ontmoeting maar ik wist al dat het niks zou worden.

Maar het bleef wel dansen in mijn hoofd, het misschien, het ooit, het partner.

En vorige maand, toen ik na een ziekenhuisbezoek helemaal doodop was, was ik zo vreselijk lief voor mezelf. Ik wist precies wat ik moest doen om mezelf te troosten, zelfs toen mezelf dat nog niet wist. En toen voelde ik het. Ik kan heel gelukkig worden met mij. Ik bén al heel gelukkig met mij.

Ik schreef midden in de nacht deze:

Vandaag beloof ik mij eeuwige trouw.

Ik ben vanaf nu mijn eigen vrouw.

Het eeuwig zoeken heb ik gestaakt.

Ik vond wat nooit was kwijtgeraakt.

Ik moest daar vandaag aan denken toen ik weer naar het ziekenhuis moest. Het carcinoom dat toen werd gevonden is er nu uit.

En hier zit ik, omringd door de boeken die ik verzameld heb, met weer een paar mini tompoucejes, en een lekkere bak koffie.

Ik kijk naar het stelletje ongeregeld dat ik om me heen heb verzameld, DVD’s (ik heb geen Netflix, ik kijk liever vertrouwde films, en heel soms een nieuwe) en boeken. Ik ben in wel zeven boeken tegelijk bezig. Ik leer gedichtjes uit mijn hoofd, en intussen groeit er een enorme schrijfdrang. Ik wil de werelden die ik zie buiten de wereld om, op papier zetten, benoemen, bezingen, heel voorzichtig aanraken.

Ik heb de afgelopen weken ontdekt hoe mijn lichaam zomaar uit zichzelf danst, hoe mijn armen en vingers sierlijke bewegingen maken. Ik hoef alleen maar toe te laten en te volgen, en dat doe ik, zonder voorbehoud.

En ik besef dat ik een zonderlinge oude dame aan het worden ben die beter af is in haar eentje.  Een exentrieke oude dame die de wereld vanaf een afstand bekijkt, en heel kieskeurig is waar ze nog aan mee doet.

En zo is het goed.