Ik maakte gisteren een filmpje over het loslaten van coping door mijn herseninfarct. Dat is een mooi thema waar ik meer over te zeggen heb, dus misschien toch ooit een boek.

 

Waarom komt dat thema nu pas, na 4,5 maand? Ik denk dat ik dat weet. Revalideren is terug halen wat verloren is én leren omgaan met wat er niet meer terug komt. Maar de eerste tijd, en voor mij was dat dus een half jaar, was mijn aandacht zó opgeslokt door het terugkrijgen dat er geen ruimte was voor wat niet terug komt.

 

Het is natuurlijk niet zo gek dat ik dat uitstelde. Ruimte maken voor wat niet terugkomt is confronterend. Dat is ruimte maken voor verdriet, voor acceptatie, voor rouw. Maar nu het zich toch aandoet, is er ook een mooie kant. Ook een deel van mijn niet meer effectieve coping is verdwenen. Ik was met dat terughalen ook weer bezig om die oude copimg weer opnieuw te installeren. Goed dus om nu even stil te staan. 

 

Het is voor een controlfreak vreemd om te merken dat je over heel basale dingen (zoals het juist schrijven van het woord bazaal) geen controle meer hebt. Ik ben nog steeds vaak in de war met tijden, ze zitten gewoon niet goed in mijn hoofd. En zo is er eindeloos veel dat niet meteen meer direct paraat is. 

 

Ik leer nu (gedwongen) om niet in paniek raken over wat ik niet in de hand heb. Wat nog belangrijker is: ik leer, als die paniek er wel is, om die niet langer te verbergen. Want dat is wat ik deed: in paniek zijn en niemand iets laten merken. Dat heeft bergen energie gekost. Het is fijn om dat ander te doen.

 

Ik ben nog steeds hard aan het werk om dingen terug te halen. Ik wil echt heel graag veel en veel betere en sneller leren lezen. Maar ik wil niet die oude coping mechanismen terug. En dat is opletten, want ik besef dat ik bijvoorbeeld meer vooruit kijk, naar wat ik nog niet kan, dan achteruit naar wat ik al wel kan. Ik word daar ongeduldig door. Dat ongeduld laat ik kraag achter me. Dus vanaf nu is er naast ruimte voor wat ik nog moet binnen halen, ook ruimte voor wat er (nog) niet is.