Ik sla de inwijding over. Die ga ik schrijven en dan hier met een link delen.
Maar nu meteen naar het model van Cuvelier uit zijn boek: “Tussen Jou en “Mijn”.
Het begint heel simpel met de cirkel tussen jou en mei.
De cirkel heeft vier kwadranten. We kunnen hem op delen in boven en onder:
Boven: Ik praat, jij luistert.
Onder: Jij praat ik lijster
Alles wat ik doe is rood en staat in de buitencirkel. Alles wat jij doet is blauw en staat in de binnencirkel. Bij goede communicatie is wat we doen de complementair braken<> luistern.
Maar Cuvelier verdeelt de cirkel ook in links en rechts.
Alles wat mijn betreft staat links, en alle wat jou betreft staat rechts.
Dat maakt dat mijn praten twee aspecten heeft: Dat wat ik over mezelf laat zien en dat wat ik naar jou toe wil overbrengen.
Laten ik we ermee beginnen dat alles wat in communiceer iets over mezelf zeg. Zelfs mijn kleren zeggen iets over mij, ook dat is communicatie, bewust of onbewust.
Cuvelier noemt dat “Uitdrukken”. Je laat zien wie je bent, wat er in je leeft. De complementaire reactie daarop, het “luisteren” is Erkennen.
Zoals spreken om luisteren vraagt, vraagt de zelfuitdrukking om erkenning. Ik heb het nodig dat je zit wat ik uitdruk en het erkent. Als dat niet gebeurt loopt de communicatie dat als spaak. Misschien reageer je wel op de inhoud van wat ik zeg, maar als je mijn uitdrukking negeert, of ontkent voel ik me niet gehoord. Zelfs niet als dat wat ik letterlijk zeg wel aan komt.
(Even een uitstapje met Autisme: Ik snapte als kind niet dat hier verschil in kon zin. Als ik verdrietig was of boos zei ik gewoon dat ik verdrietig was of boos. Je kunt dan niet mijn intentie negeren en dat wat ik wel letterlijk zeg aannemen. Ik vond het verwarrend dat dit bij mensen kon verschillen. Dat ze zeiden dat ze oké waren terwijl dat niet zo was. Dit model hielp me om die onderlaag, die ik heel vaak wel aanvoelde, maar dus niet letterlijk werd gedeeld, te benoemen).
Maar er is geen echt contact als mijn communicatie alleen maar gaat over wat ik over mezelf wil delen. Als we gelijkwaardig zijn, wil ik dat wij mij raakt, jou ook op een of anderen manier raakt. Cuvelier zegt dan dat ik een bogin doe om je te beïnvloeden. Ik vind het mooier om het woord raken te gebruiken maar ik houd me aan de woorden die bij het model horen.
Als we echt contact hebben betekent dat datgene wat ik naar jou overbreng iets met je doet. Cuvelier zegt “Boging tot beïnvloeden” omdat je nooit kunt weten hoe iets overkomt. Maar daar kom ik later op terug.
Als het jou niet raakt wat ik wil overbrengen is er geen echt contact. Zelfs niet als je mijn uitdrukking wel heb erkent. Als je heel begripvol bent over mijn verdriet, maar ik merk niet dat er bij jou iets binnen komt, dan is er geen gelijkheid. Dan is het alsof ik regen een coach praat die me wel helpen, maar zelf buiten schot blijft. Als ik een coachvraag heb, kan dat. Dat gáát het over mij. Maar als we een gelijkwaardig gesprek hebben gaat het niet alleen over mij, het gaat over ons.
Ik geef daar hier een voorbeeld van.
Nu kom ik terug op dat “boging tot beinvoeleden” omdat je nooit weet hoe iets overkomt. Een ander heeft een heel ander referentiekader. Een ander kan dingen daardoor heel anders opvatten dan in bedoelde. Er kunnen dingen geraakt worden waar ik geen idee van had. Bij zorgvuldige communicatie heb ik rekening te houden met het effect van mijn communicatie. “Ik heb het niet zo bedoeld” zij niet genoeg en werken soms zelf averechts. Het is wél gebeurt, ook al bedoelde je het niet. En je hebt er iets mee te doen.
En dan zijn we rond. Ik heb mezelf laten zien. Ik heb je gekraakt, en ik ben bewust geweest van het effect van mijn communicatie. Nu mag de ander zich uitdrukken.
Als je oplet zie je dat ik iets overslag. Ik vertel niet wat de complemtaire actie is van jou. Dat leg ik later uit. Want dan valt dat kwartje beter. Ik laat het nog even leeg.
De onderste cirkel is een spiegel van de bovenste. Ik erken jouw uitdring, ik sta open voor jouw beïnvloeding. Ik laat daarvan nu alle stappen zien.
En dan de laatste stap.
Ik moet openstaan voor de beïnvloeding van de ander. Ik laat het binnenkomen. Maar ik hoef niet alles te slikken. Pas hier is komt de filter. Als je, om jezelf te beschermen, dat vlier al eerde neerzet, Stan je niet open voor me, je laat je niet raken. Misschien is er een moment in je leven waar dat heel erg nodig is. Maar het zorgt er ook voor dat je geen echt contact kunt hebben. Je hoeft ook niet voor iedereen open te staan. Maar voor mensen met wie je echt contact wiel is die kwetsbaarheid van je open zetten nodig.
Als het goed is wat binnen komt, als het past laat je het integreren in jezelf. Door echt contact laten we ons veranderen. We zijn pas echt onszelf als dat zelf langzaam verandert door degenen die wel liefhebben. Maar wij beslissen hoe dat proces gaat. Dat is onze eigenheid.
Cuvelier noemd dat verwerken,
en hij heeft een prachte tekst hierover.
Leer keuren en kiezen. We laten ons beïnvloeden maar we beslissen zelf met ons hart wat wel en niet een deel van ons wordt.
De compliemetaire actie van de JIJ op mijn verwerken is effectbesef.
En nu kan ik invullen wat ik open liet. Mij effectbesef is een reactie op het verwerkingsproces van de ander. En dan is de cirkel echt rond.











