Selecteer een pagina

Ik ben soms bot, laat mensen schrikken, deel soms klappen uit. En dat wil ik niet. Ik wil zorgen dat ik dat niet meer doe, maar ik wil wel graag iets uitleggen, want het is niet zo eenvoudig.

Het gebeurt als ik ongevraagd advies krijg, of als mensen onnadenkend zijn in taalgebruik (in mijn geval over trans mensen).

Nu kan ik in beide gevallen een betoog geven dat het niet oké is, dat ongevraagd advies eigenlijk heel opdringerig is, en dat je heel veel aannames doet die je niet hebt gecheckt. Dat ondoordacht taalgebruik niet fijn is, dat het ondoordachte ervan er juist op wijst dat je je niet inleeft in de wereld van gemarginaliseerde groepen.

Maar dat is activisme. Dat moet er zijn, en ik ben blij en eindeloos dankbaar dat er mensen zijn die dit doen. Ze hebben voor mij de weg geplaveid. Maar activisme is niet mij. Ik voel me er niet goed bij. Ik zou op rustige toon willen vertellen waarom iets me raakt. Want in verreweg de meeste gevallen bedoelen mensen het goed en willen ze me juist de hand reiken.

Ik wil het anders, maar het lukt me niet. En dat heeft te maken met mijn geschiedenis.

Ik ben mijn leven lang onzichtbaar geweest.  Ik ben als kind steeds opnieuw zo vreselijk geschrokken van de negatieve reacties op hoe ik was, dat mijn hersenen het hebben overgenomen. Dat nooit weer. Nooit weer die vreselijke pijn van afwijzing. Ik bouwde een fijnmazig net dat er voor moest zorgen dat ik onzichtbaar werd. Nergens opvallen, altijd de juiste dingen zeggen. Ik werd daar heel erg goed in.

Ik was dus vroeger juist heel erg goed in het omgaan met opmerkingen die schuurden.

Het eerste wat ik deed was alles naar mij toetrekken. Als er iets schuurde was dat mijn fout. Het incident kwam op een interne lijst: “nooit meer zo aanpakken”.

Het tweede wat ik deed was de ander gerust stellen. En als ik dat heel goed gedaan had, voelde ik of er ruimte was voor wat er bij mij schuurde. Ik zorgde dat ik dat netjes verpakte in een ik-boodschap. Het was mijn ding, niet de schuld van de ander.

Nu pas voel ik hoeveel schade ik mezelf hiermee heb aangedaan. Hoe vreselijk vast ik zat in dit patroon van opgelegde schaamte. Zelfs toen ik steeds zichtbaarder werd, en leerde om lak te hebben aan meningen van anderen, zelfs toen was het er nog: een stemmetje in me die me vertelde dat ik dit eigenlijk niet kon maken. Zelfs na mijn transitie bleef dit patroon in stand.

Niet lang geleden heb ik in een sessie afgerekend met die stem. Hoe is niet zo belangrijk. Ik denk dat alles wat ik hiervoor deed eindelijk op zijn plek viel en dat ik klaar was om deze stap te zetten.

Het is alsof ik in een andere wereld kom. Ik snap met terugwerkende kracht niet hoe ik het heb volgehouden om mezelf zó klein te maken.

En ik doe het dus niet meer. Ik laat het me niet meer gebeuren dat ik me verontschuldig omdat een ander mijn grenzen over gaat.

Maar ik heb twee problemen.

Ten eerste, dit gedrag is nieuw voor me. Aardig zijn, dat kan ik, daar heb ik vijftig jaar in geoefend. Duidelijk zijn is nieuw voor me. Ik stuntel.

Ten tweede, de mensen waar ik mee bots, die het zo goed bedoelen, lopen vaak enorm achter in informatie. Ze hebben vaak geen notie van de dingen waar ik tegen aan loop. Ik was niet voor niets onzichtbaar. Ik ben anders. Mijn hersens werken anders, en ik ben een vrouw die opgegroeid is met denken dat ze een man is. Mijn ervaringen zijn niet voorstelbaar. Mensen hebben dus ook geen flauw idee van de grenzen zie ze over gaan, dus als ik ze zeg dat ze een grens over gaan is hun eerste reactie: “hoezo, welke grens?”

En áls ze dan beseffen dat ze ongemerkt een grens zijn overgegaan, voelen ze zich ongemakkelijk. En ik ben degene die hun ongemak weg moet nemen voordat het gesprek verder kan. Dat was wat ik altijd deed, en het is niet wat ik nog wil doen.

Maar hoe maakt ik ze dat duidelijk?

Het voelt voor mij nog steeds niet goed als anderen schrikken. En tegelijkertijd is het juist goed als mensen schrikken. Want schrikken is leren. Het is alleen zo jammer dat het gesprek dan stopt. Het zou fijn zijn als mensen dit al eerder weten. Dan weten we wat er gebeurt als ons gesprek schuurt, en dan kunnen we daar iets mee.

Daarom zou ik het fijn vinden als dit blog veel gelezen werd. Ik ben niet de enige die hier tegenaan loopt.