Het verhaal van de zondvloed.
Ik snap zo goed dat je zo’n verhaal maakt. Het is de wanhoop als je overal om je heen ziet dat mensen slechte keuzes maken. We zitten er nu middenin. We kiezen massaal voor regeringen die op geen enkele manier bezig willen zijn met het behoud van de aarde, regeringen die zich op geen enkele manier willen bekommeren op de mensen die toch al in het verdomhoekje zitten. Een trap na, kunnen ze krijgen, die mensen en de aarde.
En als er zoveel mensen meegaan op dat pad, dan is het voor de aarde misschien beter dat de mensheid van de aarde verdwijnt.
Dat is het sentiment dat ik proef als ik de zondvloed lees. En misschien is er ooit een grote vloed geweest, en is verteld dit verhaal dat een echo van, maar dat vind ik minder interessant.
Het stuk van mijn Brian dat wil snappen leest wel over reine dieren en onreine dieren. Aha . . Dit verhaal is dus genaakt in een tijd dat dat onderscheid al gemaakt is. Dus er ís al een cultuur, een geloof, dat dat onderscheid genaakt is. De verteller gaat er vanuit dat je daarvan weet. Ik mijn hoofd moeten dat soort afspraken nog genoemd worden in de Bijbel. Maar dat weet ik niet zeker.
Mijn dromerige brijn blijft haken op de Raaf. Voor de overbekende duif, met zijn takje in zin mond, was er een raaf “die bleef heen en weer vliegen, totdat de aarde droog was” staat er in de NBV 21 vertaling.
Maar wat gebeurt er dan met die raaf? Is die nog steeds heen en weer aan het vliegen? Waarom word daar niets meer over verteld?
Dus ik pak er een andere vertaling bij, de Naardense, en daar staat: “die trekt uit in een uittrekken en terugtrekken, tot aan het opdrogen van de wateren van over het aardland.”
Aha, ik had “heen en weer” niet gezien als steeds weer terug naar de ark. “heen en terug” was voor mij een betere vertaling geweest. Maar nog steeds vraag ik me af: als die duif moet gaan kijken of er droog land is, hoe weet de raaf dan dat de dat de aarde droog was, en dat hij kon stoppen met heen en terug vliegen?
En ik denk: “de raaf moet het zware werk doen, en dan mag de duif gaan strijken met de glorie.
Maar misschien is die raaf helemaal niet bezig met melden of er land is, en heeft Noah daarom die duif gestuurd. Dat is waarom lezen voor mij zo langzaam gaat. Losse eindjes van een verhaal blijven in mijn hoofd rondzwevend. Ze willen afgerond worden. Ik moet dus oppassen dat ik hier niet te veel ga delen over wat er in mijn allemaal bezig is. Dat wordt onleesbaar.
Iets anders, wat me al eerder opviel toen ik in de Bijbel las, is de obsessie met precieze maten. Is dat zo opgeschreven zodat we weer een ark kunnen bouwen als God toch weer beslist tot een zondvloed? Ik schrijf dit half schertsend, maar ik ben serieus nieuwsgierig naar hoe mensen in die tijd verhalen vertelden. Over wat ze daarin wel en niet deelden, en welke betekenen we niet niet meer kunnen achterhalen omdat we het nu vanuit een hele anderen achtergrond lezen. Misschien had ik een bijbelstudie wel gaaf gevonden.
Er is nog iets dat ik zeer vreemd vind. In het begin van dit verhaal wordt verteld over godenzonen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Het lijkt wel of ik in een Griekse tragedie ben verland in plaats van in een bijbel. Godenzonen en Helden. En voordat er iets over uitgelegd wordt, gaan ze ten onder on de vloed. Heel vreemd.
En ik ben nog niet klaar met dit verhaal. Want wat is dit voor God, die slechtheid beantwoordt met slechtheid? Waar is die liefdevolle God? Dat zal nog vaker gebeuren, weet ik. Het zullen zelfs mensen zijn die liefdevoller zijn dan God zelf, en smeken om die zware straffen niet te laten gebeuren.
God heeft in de Bijbel meerder gedaanten. En dat is ook niet zoo heel gek. Er zijn meerdere vertellers, en ze hebben allemaal hun eigen stem. Ze laten allemaal een aspect zien van dit het grote verhaal van de mensheid en zijn de relatie met God.
