Genesis 4-5 en Psalm 37

Soms zijn Bijbelverhalen ongemakkelijk. Niet in de zin dat ik de boodschap verouderd vind, zoals vrouwe die mannen moeten gehoorzamen, maar omdat ze pijnlijk zijn.

Ongemakkelijk en pijnlijk is goed. Het leven is soms ook ongemakkelijk en pijnlijk. Ik leerde dat ik dat niet kon negeren. Dat geeft alleen maar meer ellende. 

Het verhaal van Kaine en Apel is ongemakkelijk. Ten eerste al omdat God wel let op het offer van Abel en niet op dat van Kaïn. Maar het wordt nog pijnlijker. Kaïn slaat zijn broer dood en licht daar ook nog een keer over.

Afgunst is een lelijk ding. Het wordt niet voor niets in de 10 woorden genoemd als iets waar je je niet aan moet overgaven. Dat is voor mij de kern van het verhaal. Wat ik er van uit haal dat het helend is om anderen iets te gunnen. Het maakt de wereld mooier als je dat kunt.

Het is sowieso een ambacht om je niet te ergeren aan anderen, ook niet als ze echt vreselijke slechte dingen doen. Ik noem dat niet voor niets een ambacht. Het is iets waar ik moeite voor moet doen, iets wat ik moet leren en moet blijven oefenen. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is groot. Ik vind het echt onverdraaglijk dat er politici aan macht komen die liegen, bedriegen, en alleen maar bezit zijn om een kleine groep mensen voordeel te geven. 

Daarom vind ik Psalm 37 zo’n mooi.

Erger je niet aan slechte mensen,
wees niet jaloers op wie kwaad doet,
zij verdorren snel als gras,
zij verwelken als het jonge groen.

Dat help me om los te laten. Ik vond het nog steeds erg wat ze doen. Ik zal me blijven verzetten en waar ik kan zal ik het tegen gaan, maar ik wil niet dat het de ergernis me vastzet. 

Het helpt om te weten: wat zij najagen is niet wat echt waardevol is.

Daar zal ik nog vaker op terugkomen, over het gevoel dat “het” gezien wordt. Want ook het goed wordt gezien. Want ook het goed wordt gezien. Ook ik wordt gezien. De allereerste keer dat ik als volwassene een kerkdienst meemaakte, raakte ik ontroerd door de zegen.

De HEER zegene u en behoede u;
de HEER doe zijn aangezicht over u schijnen en zij u genadig;
de HEER verheffe zijn aangezicht en geve u vrede.

Dat kon ik echt laten binnenkomen. Ik voel me dan echt gezien en geliefd. Dat was een heel bijzondere ervaring, en ik kan dat nog steeds ervaren. Het is iets wat ik niet verstandelijk kan uitleggen. En dát is waarom ik gelovig ben.

Ik wil hier nog iets delen dat ik ooit las over het verhaal van Kaïn en Abel:

Er werd betoogd dat de landbouw de gevaarlijkste uitvinding was van de mensheid. Dat is het moment dat we meer voedsel konden maken dan we op konden. Dat is het begin van de eindeloze groei waar we nu zo tegen aan lopen: meer, meer, meer, totdat alles kapot is. Dat begon met de landbouw. Daar zit iets in: we begonnen met meer te maken dan we nodig hadden, en dat ging ten kostte van andere soorten en van de natuur. Dus die landbouw kun je zien als vloek voor de aarde. En dat zou ook de boodschap van het verhaal kunnen zijn. God gaf geen aandacht aan het over van de landbouwer, en wel aandacht aan het offer van de herder. Ik vin daar wel wat in zitten. 

Dat laatste is weer het deel van mijn vriend dat met logica bezig wil zijn. En dat mag ook. Maar ik noem het als een achteraf gedachte, want zo voelt het voor mij. Het belangrijkste voor mij is om de bijbel te lezen met mijn hart. 

Wat dat verstandelijk stuk ook bedenkt is:

”Oja, dat doet de Bijbel vaker, zo’n hele rij navolgelingen om de vroegere hoofdrolspelers met de nieuwere hoofdrolspeler te koppelen. Ni is er een mooie rechte lijn van Adam naar Noah. Dat gaan ze met Jezus ook weer doen. En ik snap die neiging wel, om het helemaal precies terug te kunnen herleiden. Het heeft ook iets moois: weten waar je vandaan komt. Eren waar je vandaan komt.”