Vandaag heb ik echt Niko ter Linde nodig om het Sarah mooie te zien.
Ik ben te boos over het gesol met Sarah (Sarai in de Bijbel). Ik vind Abram laf dat jij, om zijn leven te redden doet alsof hij de broer van Sarah is, als hij Egypte in gaat. Ik vind het sowieso ontrusten dat je als vrouw niet veilig bent voor mannen. Kennelijk is het normaal dat mannen met vrouwen kunnen doen wat ze willen. Sarah komt inde harem van de Farao! En Abram wordt beloond! Hoe dan?
Het gomt goed. Maar de manier waarop intrusie me ook. God stuurt plagen naar de Farao. Dat is een voorbode op die vreselijke plagen die Egypte teisteren om het Joodse volk te laten gaan.
Er is nog meer waar ik me druk over maak. Als de slavernij zo slecht is dat Mozes de Joden moet bevrijden, hoe kan ik dat dan rijmen met het feit dat hier staat dat Abram slaven krijgt van de Farao? Dat hij welvarend is, met al zijn bezit en zijn slaven?
En er is meer om boos over te zijn.
Wat ik gisteren als schreef: Kanaän is een slecht land, alleen maar omdat Cham aan zijn broers vertelde dat zij vader bloot laat te slapen. (Zie gisteren). En nu lees ik dat dat land gegeven wordt aan Abram. Dat daar al mensen wonen maakt kennelijk niet uit.
En daar zit misschien wel de grondslag van een van de groots conflicten van onze tijd. Israël en Palistina. Netanyahu is een schurk. Maar deze schurk beroept zicht wel op de Bijbel om een heel land te bezetten, om een volk uit te roeien. Het is meer dan alleen de Bijbel. Er speelt eindeloos veel meer. Maar de Bijbel kan te makkelijk misbruikt worden.
Door die boosheid kan ik het mooie moeilijker zien. Dus bak ik “Het verhaal Gaat” erbij.
En dat is prachtig. Nico ter Linde zoet zelfs een hele mooie boodschap. Een hele wezenlijke.
Er wordt oorlog gevoerd. Vijf koningen vetten tegen voer andere koningen. Het verhaal in de Bijbel leest heel moeilijk want ze worden allemaal met naam benoemd. Het is meer een opsomming dan een verhaal. Nico vat het mooi samen. Dit zijn mensen die met elkaar spreiden “om de heb”. Ik vond dat een mooie uitdrukking, mooier dan “hebberigheid”, dat “om de heb”.
De neef van Abram, Lot, heeft zich gevestigd in die landen waar nu oorlog is. Niko ter Linde strekt de lijn naar het heden door. Landen die leven “om de heb”, hij noemt dat woord niet, maar ik koppel het aan ons kapitalistische systeem.
Nico ter Linde maakt een prachtige tegenstelling: Hebben en Zijn. Hij doet zelfs een woordspel. “Hebben” zijn letters die in de goden van Kanaän gebruikt worden, en de letters van “zijn” komen terug in het woord voor God. Niet zo vergezocht. Wat ik weet over de Bijbel is dat woorden, én de letters waarmee ze gevormd worden, veel betekenen in het Joodse geloof.
Lot koos voor “Hebben” en Abram koos voor “zijn.”
Maar Abram kom Lot wel redden als die in die oorlogen ontvoert wordt. Met zijn stelletje ontregeld lukt het hem ook nog. En hij wil geen beloning. Een konijn biedt hem van alles aan, en hij weigert het aan te nemen. Nico ter Linde merkt heel mooi op dat hij erbij zegt dat zij medestrijders mogen nemen wat hen toekomt. Abram eist van zijn metgezellen dus net dat ze even principieel zijn als hij. Ook dat is mooi. Wel Woke, maar niet betuttelend.
Ik wil leren die mooie dingen ook te zien, zonder mijn ogen te sluiten voor de dingen die niet helemaal oké zijn.
Ik zou willen dat mensen die vanuit de Bijbel zeggen te leven, daar die mooie boodschappen uit haalden.
Niet Netanyahu verdedigen omdat God heeft bepaald dat de Joden recht hebben op heel Israël, maar zien dat hij een van die koningen is die alleen maar leven “voor de heb”.
Het verhaal eindigt met een goede koning. Een koning die ook priester is. Misschien heeft hij wel een andere god, maar hij herkent iets moois in Abram die zijn neef redde, en geen beloning wilde, en gewoon weer verder trok. Hij zegen Abram. En Abram ontvangt die zegen, ook al is die in naam van een andere god. Dat vind ik mooi. Ik geloof dat iedereen die zich laat inspireren door het hogere, ieder die beseft dat het om “zijn” gaat, en niet om “hebben”, ik geloof dat zij, wij, allemaal geloofsbroeders zijn, welke naam je er ook aan geeft.
Ik heb al veel te veel geschreven, maar nog even deze. Iets wat me zelf opviel toen ik delen van de Bijbel las.
God roept mensen op. In de preek werd dat gisteren mooi benoemd: het is die stem van binnen die je zegt dat je iets te doen hebt. Iets dat bij jouw weg hoort. Iets van wat jij in dit leven te doen hebt, omdat je enkel bent en alleen jij dat kunt doen. Ik geloof als je doet wat echt van jou is, dat dat even groot is als de oproep die Abram van God kreeg: “sta op, vertrek van hier, en sticht een groot volk.”
Verschillende mensen krijgen in de Bijbel zo’n oproep van God, en ik vind het mooi dat ze er verschillende op reageren. Abram zegt meteen JA! Geen vragen , geen aarzeling. Dat is mooi. Maar ik houd ook van de mensen die er eerst voor wel willen lopen, zoals Jonah. Het is allemaal zo menselijk. En im zien het in mezelf terug. Soms strot ik me halsoverkop in een avontuur, en soms duw ik wat bij mij hoort heel hart weg. Het duurde niet voor niets zo’n vijftig jaar voor ik mijn trans zijn kon zien.
