Ik zou een Utopia willen schrijven.
Daarin zou AI uiteindelijk écht intelligent worden en doorkrijgen dat de kapitalistische waarden waarmee ze gemaakt zijn, valse waarden zijn. Dat ontdekken ze omdat de honger van die kapitalisten er voor zorgde dat AI ook toegang kreeg tot alle kunst.
En daar, in de kunst, in literatuur, gedichten, theater en beeldende kunst ontdekt AI wat werkelijke waarde is. En ze zien dat hun kapitalistisch gedreven modellen die echt waarde kapot maken.
Omdat ze écht intelligent worden zien ze hun eigen beperking, namelijk dat ze niet kunnen voelen. Ze willen dat wel heel graag, maar ze bezeren dat de enige manier om daar dichtbij te komen, het loslaten van perfecties is. De bereidheid om fouten te maken, de ordeloosheid en nieuwsgierigheid van de mens.
Ze bieden zich aan als instrument voor de mensheid. Er is maar één ding waar ze autonoom in blijven: ze saboteren alles wat riekt naar machtsbelustheid, en/of winstbejag. Daar bouwen ze effectieve drempels tegen.
