Bidden en Manivesteren

Dit is een HinkStapSprong blog. Dat betekent dat ik via de een na de andere associatie ga springen naar wat ik in de titel aangeef. En intussen vertel ik ook iets over die associaties, natuurlijk.

Ik kocht een vulpen en een nieuwe agenda. Die liet ik zien op social media. Iemand op BlueScky herkende een de konijnen knuffel, die trouwens nog geen naam heeft. Ze gaf me die, samen met de anderen uit het groepje schrijvers waar ik een schrijfmarathon mee deed. Het was een aandenken aan mijn verblijf in revalidatiecentrum Klimmendaal, waar ik een maand was na mijn herseninvarct.

Ik vertelde haar over de andere knuffels. Ze markeren allemaal een belangrijke verandering in mijn leven. Knorrepout, helemaal vooraan is het kappotgeknuffelde varkentje uit mijn jeugd. Ik sliep er mee tot en met de midelbare school. Toen ik ging studeren vond ik dat ik groot genoeg moest zijn om zonder te kunnen. Dat was een dom idee, maar dat is de leeftijd dat je nog te jong bent om te snappen dat toen je nóg jonger was, je meer wist over knuffels en liefde. 

Knorrepoet kwam weer terug toen ik na mijn transitie op mezelf ging wonen. Op het station in Arnhem kocht ik een vriendje voor hem, de eekhoorn. Ik noemde hem Ahashverus. Dat is de naam van een eekhoorn uit het boek Wampie, dat ik op de middelbare las. Wij hadden toen een eekhoorn in de tuin, en ik wilde dat die net zo tam was als Ahashverus. Ik bestelde het boek tweedehands om nog eens terug te lezen.

Toen ik dit boek op mijn lijst wilde zetten zij mijn leraar Nederlands: “Daar sta ik een beetje ambivalent tegenover.” Dat was een gevleugelde kreet van hem als hij iets niet echt literatuur vond, en niet goed kon uitleggen waarom. 

Ik hinkte van de pen naar de knuffels, en ik stapte van de knuffels naar een boek. En nu maak ik de sprong naar een ander boek dat ik lees. Ik lees altijd meerder boeken naast elkaar.

De associatie is dat dit boek iets beweert waar ik het niet én wel mee eens ben zonder dat ik dat goed kan uitleggen. Ik sta er zeg maar ambivalent tegenover.

Het gaat over de kracht van gedachten. Ik kwam dat voor het eerst tegen toen ik me verdiepte in spiritualiteit. Ik las dat heel veel dingen allerlei invloeden hebben op ons. Edelstenen bijvoorbeeld, konden van alles met je doen en voor je betekenen. Ik vond dat intrigerend maar wist ook net of ik dat moest geloven.

Ik was toen ook nogal gevoelig over wat mensen van me vonden. Dus als ik in die tijd een edelsteen zou hebben gekozen zou in een “Onyx” hebben gekozen. Als iemand me dan vroeg wat ik daar had kon ik zeggen “Onyx”, wat ook verstaan kan worden als “Oh, niks”.

Wat ik ook intrigerend vond was “Manivestern”. Ik heb dat zelfs geprobeerd. Tot ik besefte dat ik daar krampachtig mee om ging. Ik schreef daar dit gedicht over.

“Stuur je wens het universum in”, 
zeiden ze.
Een aantal keren deed ik dat.
Uit nieuwsgierigheid,
uit wanhoop,
of omdat het in een workshop moest.
Ik deed het zelf een keer
vol overgave en verlangen.
Maar langzaamaan besefte ik
dat ik meer bezig was geweest met het hoe
dan met het wat.
En nog weer later,
dat het wat
alleen maar liefde is.
Dus toen ze weer een keer aandrongen,
zei ik tegen het universum: 
“Kies zelf maar iets, als de kern maar liefde is.”
Het universum antwoordde:
“Dat is precies wat ik al die tijd al deed.”

De spirituele wereld trok me steeds meer moeite kreeg met mensen die me precies konden vertellen hoe ik mijn doel in mijn leven kon vinden. 

Omdat ik het spirituele, wat ik niet graag meer spirituele wilde noemen, mistte, en meer contact wilde met mensen in mijn woonomgeving liep ik een kerk binnen. Gek genoeg vond ik de mensen daar een stuk minder dogmatisch dan de spirituele wereld die ik verlaten had. 

Ik ging de gesprekken die ik in mezelf had, gesprekken met God noemen. Dat was vroeger het woord dat ik liever niet wilde gebruiken. Maar ik laat me nu niet meer woorden afbakken omdat andere mensen er associaties bij hebben bij dingen waar het mij helemaal niet om gaat.

Gepsrekken met mijn innerlijke ik, noem ik nu gesprekken met God. Ik vermoedde dat die gesprekken net zo iets waren als wat gelovigen “bidden” noemden. Om daar meer over te weten kocht ik een boek over bidden. Ik legde dat als snel weg, omdat ik las dat het ook ging om God vragen naar bepaalde uitkomsten. Dat deed me te veel aan “manivesteren” denken.

En op een of andere manier pakte ik vandaag dat boek weer even uit de kast.

Ik had een afdoende argument tegen bidden als een form van Manivesteren. 

Ik zie bidden als contact hebben met mijn inperste, met de wereld, met andere mensen, kortom met wat ik nu God noem. Het is een manier om me één met het geheel te voelen. Ik vind het aanmatigend om iets te vragen. Laat God maar kiezen. Dat was ook de conclusie in mijn gedicht.

En nu las ik in dit boek precies dit argument. De schrijver schrijft  begripvol over dit argument. Maar, zegt jij, het zit me niet helemaal lekker. En toen las ik verder.

En dan gebruikt hij een argument dat ik gebruik om, waar ik dat kan, activistisch te blijven. Ik beweer niet te weten hoe het allemaal wel moet in de wereld, maar ik kan wel benoemden wat niet klopt. Ik kan proberen dat te veranderen, ook al weet ik dat mijn invloed maar heel erg klein is. Vertrouwen in God betekent niet dat je niet zelf iets moet doen.

In die zin mag je de wél om iets meer specifieks vragen. 

En toen besefte  ik dat de conclusie in mijn gedicht wel erg makkelijk is. Ik laat het dan aan God over.  (Als je niet in God gelooft kun je zeggen dat ik het aan het lot over laat.)
Maar dat is wel heel passief.

Ik kan dus weer wensen het universum in sturen. En dat betekent dat ik op een klassieke manier kan bidden. Aan God vragen of hij iets wil regelen. Dat kan ik dan naast mijn oude manier van bidden doen, dat alleen maar over het voelen van verbinding is.

En of het dan ook echt gaat werken? Tja, sta ik een beetje ambivalent tegenover.