Ik was ooit onbevangen,
en een beetje vreemd.
Maar dat was toen ik nog de leeftijd had
dat ik een beetje vreemd mocht zijn.
Ergens is er een grens
die niemand je vertelt.
Maar daar voorbij is vreemd zijn iets gevaarlijks.
Omdat ik nooit door mocht krijgen dat de wereld mij gevaarlijk vond,
zorgenden ze ervoor dat de wereld voor mij gevaarlijk werd.
En zo werd ik bevangen, altijd op mijn houde.
Het heeft een leven geduurd om de hoede los te laten.
En nog steeds slaat hij soms als een waakhond aan,
verkramp ik, tot ik weer besef
dat ik best een gevaar mag zijn.
