In de bijbel kom ik meerdere gezichten van God tegen. Dat vind ik mooi, want God heeft voor mij ook meerdere gezichten. Steeds als ik probeer uit te leggen wat God voor mij betekent, schiet ik tekort. Waar ik over vertel is altijd maar één aspect, en er zijn er zo veel meer. Een heel boek zou nog niet genoeg zijn om alle gezichten die ik zie te delen. En dan zijn er al die andere mensen die weer andere aspecten zien en ervaren. Ik denk weleens dat we allemaal, dus alle mensen op de wereld, samen pas het hele plaatje compleet kunnen maken. Maar waarschijnlijk is zelfs dat plaatje niet volledig.
Ik beperk me nu tot twee gezichten van God. En ik kies er twee die tegenstrijdig zijn, want dat kan ook!
God is voor mij de moeder die me in haar armen neemt en me troost als er verdrietige dingen gebeuren. In mijn persoonlijk leven, maar ze doet het ook als ik onmacht voel bij alle onrecht in de wereld. God is voor mij dus niet degene die bepaalt wat er gebeurt. Het beeld van een troostende God past niet bij een God die beslist dat die slechte dingen op een of andere manier noodzakelijk zijn. Dat het, hoe verdrietig ook, ergens goed voor zou zijn. Dat gaat er bij mij niet in.
Dit gezicht van God kijkt samen met mij naar de wereld en is net zo verdrietig als ik over wat er gebeurt. En dit gezicht van God laat ook op verschillende manieren weten dat het zo niet de bedoeling is. Dit is ook de God die als Jezus de wereld in komt om te laten zien wat dan wél de bedoeling is. Als mens. Samen met ons. Dwars doorheen de pijn.
Maar ik lees in de bijbel ook een ander gezicht van God. Een gezicht dat hier lijnrecht tegenover blijkt te staan. Dat is een God die juist wél dingen laat gebeuren. Goede dingen, maar ook vreselijke dingen. Het is een God die een hele beschaving kan laten verdwijnen onder een zondvloed. Het is een God die kan beslissen dat Sodom en Gomorra vernietigd moeten worden omdat de mensen die daar leven slecht zijn.
Het mooie van deze God is dat je met hem kunt praten. Ik vind het prachtig om te lezen dat God naast Abraham staat, en zelfs met een beetje schroom vertelt wat hij van plan is. Je kunt zelf met hem onderhandelen. Je kunt gewoon tegen hem zeggen: “Zeg God, zo zijn we niet getrouwd!” Ik schrok de eerste keer een beetje van mezelf toen ik dit tegen hem zei. Maar ik bedacht ook dat de uitdrukking helemaal niet zo gek is als je beseft dat het huwelijk gebruikt wordt als beeld van samenzijn met God.
Twee kompleet tegenovergestelde beelden van God, en ze staan beiden in de bijbel. Ze passen gek genoeg ook beiden, naast elkaar, in mijn hoofd. De God waarvan ik de arm echt om me heen kan voelen en de God waarmee ik kan vechten. Twee mooie manieren om met mijn onmacht om te gaan. Me laten troosten en mijn opstandigheid kunnen uiten. Het is soms ook fijn om even met iemand te kunnen vechten. Ik hou erg van Jacob, ook hij vocht met God.
De ene manier van omgaan met alles in mijn leven, en de wereld, is niet beter dan de andere. Ik vind het daarom ook fijn dat ik beide manieren terug vind in de bijbel, in God.
