Het is Aswoensdag.
Ik wil de veertigdagen tijd altijd gebruiken voor bezinning.
Maar nu is er iets groters. Er is rouw. In januarie werden mijn kozijnen vervangen. Dat kostte me bergen reversie. Vooral ook omdat ze de hele flat doen, dus het os al maanden een vreselijke herrie. Ik kan daar niet goed tegen. Ik merk dat mijn stressgevoelig continu hoog staat. En het is nog niet voorbij.
Ik moest daar vandaag over huilen, en toen voelde ik direct de rauw. Ik mis Fenna zo, als ik ruimte maak om echt te voelen. Ik ging alle foto’s van vroeger langs en moest zo huilen. Wat een geweldig mens! Wat mis ik haar.
Ik tekende haar in een heel typische positie. Benen omhoog en pladeren in een boek, omdat ze iets op het spoor is.
Ik voer gesprekken met haar in mijn hoofd, en die schrij ik op. Vandaag besefte ik dat ik niet wil vergeten hoe grappige ze is. Die toon wil ik ook in die gesprekken gaan voelen. Tot nu toe zijn ze serieus, en dat mag ook. Maar ik wil in mijn hoofd ook weer met haar lachen.
Ik ga de veertig dagen vasten op social media. Dat geeft me veel afleiding, en ik merk dat het me weg houd van het ratten wat ik te doen heb. Zonder die afleiding is er ruimte voor voelen, en voelen is leidde, en ook heel veel verdriet. Dat worden mijn 40 dagen door de woestijn.
Dit is een deel van het gesprek.
Ik vond het ook mooi om naar je te kijken als je naar schilderijen keer in een museum. Dat was je eerste liefde als studie: Cultuurwetenschappen. Weet je nog, op vakantie in Engelend, in de tweedehands boekenwinkel “Scriviner” in Buxton. Ze delen op Facebook leuke dingen, en daar kijk ik graag naar. Het doet me aan jou denken.
Je was net zo gretig als ik. Je wilde alle klassiekers waar je over wist hebben, en je wilde ze allemaal ook lezen, terwijl je wist dat je niet echt een lezer bent, en dat het er niet van zou komen dat je ze ook echt allemaal zou lezen. Je gretigheid was vaak groter dan je aan kon.
En dat past heel goed bij de tekening. Je leest niet maar baldert. Door een boek dat je vond in de kast bij de studentenkroeg van je kleine zusje Wies. Ze studeerde af, en we waren allemaal nog een dag in Middelburg waar ze studeerde.
Het was een boek met álle wereldliteratuur. We waren beiden verbaasd over wat er in stond. We houden beiden van zo’n “konpleet” lijstje. Een soort verzamelwoede. Je hebt daar een hele tijd in zitten balderen.
Ik mis je! Ik mis deze gekke interesses delen met je.




En hieronder staat Fenna haar stapel boeken af te rekenen.
Presies een jaar gelden zocht ik uit de boeken die je weg deed, de boeken uit die ik graag wilde houden. Je vertelde je begroet toen je, al een tijd geleden, besefte dat je al die boeken niet meer ging lezen. Nu was het fysieke afschijt. Het was een intens monument. Alle boeken van de stapel die je hier in de bad had zaten er bij. Ik had ze mee moeten nemen, maar door mijn herseninfarct kan ik geen Enegels meer lezen, en ik doe zelf stuk voor stuk mijn Engelse boeken weg. Ik kon dus met je mee voelen. Maar voor Fenna stonden die boeken voor alles wat ze niet meer kon, en dat was veel meer, het was alles wat haar dierbaar was.
IK weet nog dat Ulysses er bij zat van James Joce. Zo’n boek dat je voelt als een onbeantwoorde verliefdheid. En oude Engelse dichters zoals Wordsworth.
Het was een moment dat me altijd bij zal blijven. Het help me om je te tekenen met die boeken. (Ik kan geen mensen tekenen, ik trek de grote lijnen over van de foto).
(En daaronder een paar foto’s van Scrivener)






