Selecteer een pagina

Het is wat het is.

Nog zo’n les waarvan ik dacht dat ik hem geleerd had. Dat had ik ook best wel, een beetje.

Maar wat ik nu leer is dat accepteren wat is pas echt kan als je afscheid hebt genomen van wat het níet is.

Dat waarvan je zo vreselijk graag had gewild dat het er wel was. En dat betekent rouw, zoals de rouw dat mijn operatie niet doorgaat. Daar komen nog steeds flarden van langs. Dat verdriet is er om te voelen.

En er is meer verdriet.

Want ik heb zo’n beetje mijn hele leven een bouwwerk gemaakt van dingen waarvan ik graag wilde dat ze er zijn. Of dingen waarvan ik vond dat ze er moesten zijn.

Leuk hoor, zo’n moment waarop je je schaamte aflegt. Dat hele bouwwerk stort nu in elkaar. Ik zit tussen de brokstukken en neem afscheid van al die dingen die ik had moeten zijn. Zeeën van verdriet voor ik toe kom aan wat er wel is.

Zo kom ik er achter zie dit blog  dat ik nooit vrienden heb kunnen maken. Ik heb hele lieve vriendinnen. Maar zij vonden mij, en accepteerden mij zoals ik was. Ik heb die vriendschap aan hen te danken. Het zijn zeldzaam mooie mensen die de macht hadden iets in mij te zien dat ik zelf nog niet eens kon zien. 

En ze wonen ver weg. Het lukt me niet om in mijn dagelijks leven goede contacten te leggen.

Dat is wat is. Ik ben die exentrieke oude dame. Ik ben de loner die ik nooit wilde zijn, zonder sociaal netwerk in haar buurt.

Het heeft me weken van tomeloos verdriet gekost om dit te accepteren, en een Corona crisis om me met de neus op dit feit te drukken.

Heel langzaamaan (dit blog is een heel voorzichtig beginnetje, het verdriet is nog niet weg) leer ik accepteren dat dit is wat het is, en dat ik heel blij mag zijn met die mooie vriendinnen op afstand.

Omdat het zo pril is, heb ik geen idee hoe verder. Dat kan ook nog helemaal niet. Eerst maar eens oefenen met alleen zijn zonder het niet-alleen-willen-zijn. En dan heel misschien daar maar eens van gaan genieten, ooit. En dan nog maar eens kijken of ik dat nog anders wil.

 

Naschrift:

En toen kwam een van die geweldige vriendinnen langs, met heel veel lekkere dingen, omdat ze aanvoelde dat ik dat nodig had. Het was precies waar ik zo naar snakte (niet de lekker dingen), en het verdreef mijn eenzaamheid en mijn verdriet.

Ze las dit stuk en ze was het niet eens met de eenzijdigheid. Ze zei: “vergeet niet wat jij voor mij betekent.” En dat kwam aan, want ik geloofde het. Maar het blijft gek, want ik geloof wat ze zegt, zoveel zelfliefde heb ik intussen, om dat toe te laten. Maar ik besefte ook dat ik dus geen idee heb wat ik voor andere mensen beteken, of hoe ze me zien, als ze me het niet expliciet vertellen.

Ik moet denken aan het sociale veiligheidsonderzoek op basisschool waar mijn kinderen aan meededen. Een van de vragen was: “Vind jouw juf of meester je aardig?” Alle vier antwoordden ze “ik weet het niet”. De interpretatie daarvan was dat ze onzeker waren over zichzelf. Dat vond ik vreemd. Het was gewoon een nuchtere inschatting. Ze wisten het niet, omdat het nooit expliciet gezegd was. Voor mij stond dat los van eigenwaarde. Ik vroeg het aan ze, en allemaal antwoordden ze dat ze zichzelf best aardig vonden, dat er waarschijnlijk geen reden was dat de meester/juf ze niet aardig vond, maar dat ze dat niet zeker wisten en dat ze daarom op die manier geantwoord  hebben.