Vasten week 2

Het is zondag. Zondagen tellen niet mee in de veertig dagen. Dus de eerste week is voorbij. Een halve. Een soort teen in het water voordat je nat gaat zwemmen.

Het is zwaar.Na vier dagen besef ik al hoe ik social media gebrui. Vooral om mijn hoofd leeg te maken. Alles wat er bij mij binnen komt raakt zoveel andere dingen aan. Er kom van alles in beweging in mijn hoofd. Dat moet er ook weer uit. 

Ik schreef daar al eerder overVastentijd
Te veel 
Column Volzin

In “Te veel” heb ik het zelfde volle gevoel. Er is zelfs meer bij gekomen. Maar ik ben verrast dat ik nu niet meer de wanhoop voel die ik in dat Blog van toen lees. Ik voel meer, maar kennelijk vind ik minder van wat ik voel. Dat maakt het gek genoeg minder zwaar.
In die column vertel ik hoe alle prikkels als een hondje in een park in mijn hoofd tekeer gaan. Zo voelt het nu.

Dat moet er weer uit, want anders blijft het tintelen daar. En dat is de belangrijkste reden dat ik steeds weer terug kom naar social media. Dat is de ideale plek om even snel een observatie en mijn associaties daarbij te delen.  En dan genieten als iemand dat herkent. Dat is wat social media met me deed toen ik er mee begon: herkenning. Ik was niet gek. Ik was niet de Yvettes met zo’n hoofd. Ik kan wél dingen delen! Dat had ik daarvoor zo’n veertig jaar niet gedaan. Ik weet niet hoe ik dat vol hield. Ja, dat weet ik wel. Ik ging kapot, krabbelde overeind en ging weer kapot. En ik duwde al mijn gevoel weg.

Dat doe ik niet meer. Dus nu, na nog maar vier dagen voel ik al hoeveel ik voel. Ik schreef in mijn vorige blog als dat ik ruimte wil maken voor de rouw om Fenna. Dat komt heel hard binnen. Maar er is nog veel meer.

Ik lees veel en lang voor mijn doen, sinds mijn herseninfarct. Ik lees nu “Een jaar met Simon” van Pauline Slot. Ik geniet. Maar dat is meteen het probleem. De hondjes die zij loslaat in mijn brein snuffelende op blekken die ik vergeten was. Boeken die ik geweldig vond en nu weer wil herlezen. En als ik ontdek dat ze schijf coach is moet ik ook weer denken aan mijn mislukte boek dat ik los had gelaten. Dacht ik. De veertig dagen tijd is ook een tijd van voorbereiden. Ik ga die dus ook gebruiken om te zien wat ik met mijn schrijverschap wil. En dus ook of ik nog iets met dat mislukte boek “De Tussenwerelden” wil. Dat hoef ik nu nog niet te weten. 

En omdat ze zo veel oproept en omdat ik zo veel herken van wat ze schrijft wil ik dat kwijt. Ik schreef haar een mail. Ik verwacht niet echt dat ze die leest, maar ik moest haar wel schrijven voor ik verder kon lezen. (En dat lukt maar half omdat ik het stom vind om in die mail te vertellen dat “Toren hoof en Mijlenbreed” ook mijn lievelingsboek is. Ik voel altijd onmiddellijk verbonden met mensen die van dat boek houden.)

Er kon niks meer van dat boek ik mijn hoofd als ik niet ook mijn eigen hondje ergens laat rennen. Pauline schrijft zelf ontroerend over de hond die ze adopteerde maar die een mis mach was. De hond, Jeentje, is nu bij een stel dat ik Zweden (Noorwegen?) is gaan wonen, waar hij minder brokkelig heilige en eindeloos de ruimte heeft. Ik moest huilen toen ik dat las. 

Maar direct nadat ik die mail heb verzonden lees ik verder, en wil ik er direct weer een mail achteraan sturen. Dat doe ik niet. Maar ja, ik heb ook geen Bluy Sky waar ik kan delen wat me raakte. Dus doe ik dat hier maar.

Het gaat over de “Kelner en de levenden”. Dat is het enige boek dat ik in mijn middelbare-school tijd las. Ik was verpletterd, maar vooral door het magisch realisme er van. In die tijd  zag ik ook “Het grote Geburen” van Belcompo in een bewerking van Jaap Druptseen op VBRO tegenpraten. En ook in die tijd was er een Bommel verhaal “De Grote Onthaler”, dat een zelfde soort thema had. 

Nu ik de korte samenvatting in “Een jaar met Simon” lees zie ik wat ik gemist heb. De confrontatie van de mensen met alle pijn in hun leven, en de vraag of ze dan nog steeds ja kunnen zeggen tegen dat leven. Maar misschien heb ik dat niet gemist. Ik heb het niet het als spannend avontuur gelezen, maar misschien juist daardoor heb ik het wel heel erg beleefd, zonder allerlei filosofische gedachte daar over. Misschien kwam het daardoor juist wel veel directer mijn onderbewuste binnen. Ik heb het zojuist besteld bij De Slecte. Ik ga het herlezen.

En dan schrijft ze dat ze terug rijd, en dierenmishandeling ziet en klaar is met de wereld. Dat zij die wél zou willen vervloeken, maar dat dat natuurlijk niet in stand blijft.

Ook daar herken ik veel. Ik schreef daar ooit dit gedicht over, tijdens mijn revalidatie na mijn herseninfarct, tien ik er ook helemaal doorheen was.

Wat bedoelen ze, als ze zeggen
“Je bent zo sterk!”
Dat ik niet huil?
Dat ik niet klaag?
Dat ik niet schreeuw? 
Dat ik niet apathisch ben? 
Ik doe het allemaal.
En soms wil ik zelfs opgeven.
Maar weet je,
als je tegen de wereld zegt:
“Ik stop er mee!”
Dan blijft die wereld zo onbekommerd doorgaan
dat je uiteindelijk weer zegt:
“Oké dan, ik doe wel weer mee.”
Zelfs het opgeven heb ik opgegeven.
Dus wie is er nu sterk?

Ik houd niet zo van “het kan geen toeval zijn”, maar nog geen week hiervoor jas ik Job. Daar worden vragen gesteld. En Vestdijk heeft gewoon de weddenschap van God met de Duivel geleend. Job raakte me ook al omdat ik in de klachten van Job ze veel herkenden waar Fenna doorheen heeft moeten gaan. En dat brengt me weer terug bij het gesprek dat ik in mijn hoofd heb met Fenna. Ik ga dat nog uitschrijven.

Fenna mopperde soms hard. Daar had ze alle recht toe. Ze vervloekte niet haar leven, maar wel haar autisme die haar zo gedij liet voelen dat alles pijn is gaan doen. Ze zou gezegd hebben dat ze het leven wel de moeite waard vind, maar dat ze het gewoon niet meer kan opbrengen. Het is niet dat ze de moeite niet wilde doen, maar dat ze de moeite gewoon niet meer aan kon.

En zo brengt het boek dat ik lees om even niet met mijn gedachten bij Fenna te zijn, me toch terug naar Fenna. En dat kan denk ik ook niet anders.

Ik kan het op dit moment even niet aan om dat gesprek dat ik heb met Fenna verder te schrijven. Maar dit is wat ik kwijt moest. Nu ga ik weer verder lezen. Ik hoop op iets meer lucht. Het is zondag. Vandaag hoef ik feitelijk niet te vasten. 

 

Vastentijd

Het is Aswoensdag.

Ik wil de veertigdagen tijd altijd gebruiken voor bezinning.

Maar nu is er iets groters. Er is rouw. In januarie werden mijn kozijnen vervangen. Dat kostte me bergen reversie. Vooral ook omdat ze de hele flat doen, dus het os al maanden een vreselijke herrie. Ik kan daar niet goed tegen. Ik merk dat mijn stressgevoelig continu hoog staat. En het is nog niet voorbij.

Ik moest daar vandaag over huilen, en toen voelde ik direct de rauw. Ik mis Fenna zo, als ik ruimte maak om echt te voelen. Ik ging alle foto’s van vroeger langs en moest zo huilen. Wat een geweldig mens! Wat mis ik haar.

Ik tekende haar in een heel typische positie.  Benen omhoog en pladeren in een boek, omdat ze iets op het spoor is. 

Ik voer gesprekken met haar in mijn hoofd, en die schrij ik op. Vandaag besefte ik dat ik niet wil vergeten hoe grappige ze is. Die toon wil ik ook in die gesprekken gaan voelen. Tot nu toe zijn ze serieus, en dat mag ook. Maar ik wil in mijn hoofd ook weer met haar lachen.

Ik ga de veertig dagen vasten op social media. Dat geeft me veel afleiding, en ik merk dat het me weg houd van het ratten wat ik te doen heb. Zonder die afleiding is er ruimte voor voelen, en voelen is leidde, en ook heel veel verdriet. Dat worden mijn 40 dagen door de woestijn.

 

Dit is een deel van het gesprek.

 

Ik vond het ook mooi om naar je te kijken als je naar schilderijen keer in een museum. Dat was je eerste liefde als studie: Cultuurwetenschappen. Weet je nog, op vakantie in Engelend, in de tweedehands boekenwinkel “Scriviner” in Buxton. Ze delen op Facebook leuke dingen, en daar kijk ik graag naar. Het doet me aan jou denken.

Je was net zo gretig als ik. Je wilde alle klassiekers waar je over wist hebben, en je wilde ze allemaal ook lezen, terwijl je wist dat je niet echt een lezer bent, en dat het er niet van zou komen dat je ze ook echt allemaal zou lezen. Je gretigheid was vaak groter dan je aan kon.

 

En dat past heel goed bij de tekening. Je leest niet maar baldert. Door een boek dat je vond in de kast bij de studentenkroeg van je kleine zusje Wies. Ze studeerde af, en we waren allemaal nog een dag in Middelburg waar ze studeerde. 

Het was een boek met álle wereldliteratuur. We waren beiden verbaasd over wat er in stond. We houden beiden van zo’n “konpleet” lijstje. Een soort verzamelwoede. Je hebt daar een hele tijd in zitten balderen. 

Ik mis je! Ik mis deze gekke interesses delen met je. 

 

Screenshot
Screenshot
Screenshot
Screenshot

 

 

En hieronder staat Fenna haar stapel boeken af te rekenen.

 

Presies een jaar gelden zocht ik uit de boeken die je weg deed, de boeken uit die ik graag wilde houden. Je vertelde je begroet toen je, al een tijd geleden, besefte dat je al die boeken niet meer ging lezen. Nu was het fysieke afschijt. Het was een intens monument. Alle boeken van de stapel die je hier in de bad had zaten er bij. Ik had ze mee moeten nemen, maar door mijn herseninfarct kan ik geen Enegels meer lezen, en ik doe zelf stuk voor stuk mijn Engelse boeken weg. Ik kon dus met je mee voelen. Maar voor Fenna stonden die boeken voor alles wat ze niet meer kon, en dat was veel meer, het was alles wat haar dierbaar was.

IK weet nog dat Ulysses er bij zat van James Joce. Zo’n boek dat je voelt als een onbeantwoorde verliefdheid. En oude Engelse dichters zoals Wordsworth. 
Het was een moment dat me altijd bij zal blijven. Het help me om je te tekenen met die boeken. (Ik kan geen mensen tekenen, ik trek de grote lijnen over van de foto).

(En daaronder een paar foto’s van Scrivener)

 

Screenshot
Screenshot
Screenshot
Screenshot

Het enige dat overblijft

Het is niet dat ik nu bas besef
hoeveel ik van je hou,
nu je er niet meer bent.
Dat wist ik al.
En jij wist het ook.
En je wist dat ik wist dat jij het wist.
Dat is belangrijk.
Dat is wat me overeind houd, dat weten.

Dat ik nu ze heftig voel hoeveel ik van je hou
is dus niet omdat ik dat nu pas besef,
maar omdat, naast de herinneringen,
het enige dat overblijft,
de liefde is. 

 

We hebben voor jou een boom gepland.

 

We hebben voor jou een boom gepland.
Nu je er niet meer bent
voel ik hoe je er altijd zult zijn.
Ik wist het.
En ik ben zo dankbaar 
dat ik je heb kunnen vertellen
hoeveel ik van je hield 
en altijd zou blijven houden.
En nu voel ik dat het zo is.
Je was altijd al een deel van mijn hart.
En nu ben je ook een boom.
Een heel klein stekje
dat uit zal groeien
tot iets dat schittert in de zon.

 

Lessen van een struikelaar

De grootste les van een streukelaar is niet
dat je al doende leert.
De grootste les is dat je
al streukelend 
ook vol waarde bent,
zelfs als je nooit echt beter wordt in wat je doet.

Jouw waarde zit in wie je bent. 
Want wie jij bent doet ook van alles.
Terwijl jij zo druk je best probeert te doen,
doet jouw zijn dingen die ver voorbijgaan
aan goed en fout, beter en best.

En dat wat jij mislukking noemt,
heeft vaak een glans van stralend licht.


Dát is het licht 
dat niet onder de korenmaat gestoken mag.
Dát is het licht waarvan gezicht wordt:
het is in ieder van ons.

Nu de wereld donker wordt
is dat licht steeds beter te zien.
Het komt niet van de grote fakkels. 
Het komt juist vanuit de kleine vonk.
Het komt van aandachtig luisteren.
Het komt van willen zien.
Het komt van gewoonweg aardig zijn.
Het komt van ruimte maken voor elkaar.

Die ruimte groeit
met elke mislukking 
waar je vrede mee maakt.
Omdat je leert kijken met je hart.

Machteloos

Als je je nu machteloos voelt heb je de grootste macht die er is.

Dat zeg ik niet zomaar. Ik kan dat uitleggen.

De machtigen zijn de mensen die nu de wereld kapot maken. Als je dat ziet gebeuren en je wordt daar die door geraakt,  en je voelt je machteloos, dan behoor je tot de mensen die hart hebben voor de wereld.

Het is het hart, tegenover de harteloosheid.

Harteloosheid kan alleen stuk maken. Dat lijkt macht, maar dat is het niet want het schept niets.

Het hart schept. Als het waardevolle is ontstaan vanuit het hart. Met je hart kun je onderen helen. Met het hart zorg je ervoor dat mensen mens zijn. Dát is scheppingskracht. Dat is eindeloos veel lichter dan de vernietigende kracht.

Ik snap de machteloosheid, want met deze macht kunnen we niet direct voorkomen dat mensen de wereld stuk maken. Maar we scheppen elke dag, en dat zal indirect de wereld redden van het kwaad. 

Ik snap nu ook de bergrede beter:

Zalig de zagdmoedigen
omdat zijn de aarde zullen beërven. 

Het gaat om een anders soort macht. Het gaat niet over een hekel ergens als je dood bent. Het gaat om het hier en nu, want je leeft een liefdevol leven. Als tegenstelling tot de mensen in hun macht en rijkdom vluchten voor het echt leven.  Ze durven de pijn niet aan omdat ze niet snappen wat liefde is. 

 

 

Van buiten sluiten naar opnemen.

Bleinwacht.

Een verhaal van hoop.

Het plein was te glad, dus ik bleef aan de rand staan mijn mijn evenwichtsoornis. De kinderen hadden er niet zo’n moeite mee.

Er kwam een muisje naar me toen:

“Ik mag niet mee doen.”

Normaal loop ik dan altijd met haar mee. Ik legde uit dat dat nu niet kon.

Ik zei:
“Maar je hebt gelijk dat er iets opgelost moet worden. Kun je ze vragen of ze hier komen?”

En dat is het gave van deze school! De twee andere mijden kwamen met haar mee naar me toe.

Ik zei:
“Wat gaaf dat jullie komen.”

De twee meiden stonden dicht tegen elkaar aan.

Ik vervolgende:

“Jullie zien twee goede vriendinnen, en als ik jullie zie zou ik mee willen spelen. En zoals jullie zo samen zijn en ik werd niet betrokken, zou ik me ook buitengesloten voelen. Zou ze mogen delen met wat jullie samen hebben?”

Het meisje dat me gehaald had begon uit te leggen wat haar dwars zat. De twee anderen reageerden daar op.

Ik verstond niks, maar het zag even als aanval en verdediging. Dus ik probeerde een vraag:

“Is er iets wat ze doet waarom jullie niet willen dat ze mee doet?:

Het werd me niet helemaal duidelijk of dat zo was, maar het gesprek veranderde. Het werd een soort overleg. Er werden voorstellen gedaan. Dit zag er gedenkwaardig uit.

Ik wist dat het de goed kant op ging naar ze overtroffen me. Ze waren er nu heel snel uit en er volgde een Group Hug.

Ik werd er warm van. Het buitengesloten meisje werd letterlijk binnengesloten.

Ik vertelde dat ik trots op ze was.

Dit beeld hou ik even bij me in een wereld waar zoveel mensen buitengesloten worden.

Langzaam luisteren

In de vorige eeuw ontdekten wetenschappers dat ons brein twee standen heeft:

snel denken en langzaam denken.

De standaard voor het Brian is snel denken. Dat wordt ook het voorspellende brein genoemd. Zo’n brein wacht niet op wat er binnen komt om dat te verwerken, het voorspeld wat er binnen komt, en spekt even of dat klopt.

Dat is het snelle denken. Business as usual. Ons Hollandse “doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg”, is dus naast een bewuste keuze, ook het de onbewuste reactie op veel dingen. Dat scheelt een hoop energie en in het overgrote aantal gevallen gaat dat prisma.

Het snelle denken komt pas in actie als deze snelle reactie echt niet werkt. Maar er moet echt iets aan de hand zin om dat snelle brein in actie te krijgen. Het brein is energie zuinig, als iets niet helemaal klopt is het niet heel erg. 

Dat is waarom gezichtsbedrog zo goed werkt. Het brein laat zich gewoon foppen, omdat het niet echt goed oplet. Dat kan ook niet, dat zou veel te veel energie kosten. Je zou helemaal gek worden als je bij alles vraagtekens zou moeten zetten.

Deze kans je misschien als wel, en het blijft vreemd.

        

Vierkant A is even donker als vierkant B. Ik heb in het tweede plaatje alles er omheen, , de context, weggehaald. Als je dat niet geloofd, kun je het zelf doen. Ik gebruik  niet voor niets het woord context. Ons bruin gebruikt context om te voorspellen.

Het snelle denken wordt door dit plaatje niet geactiveerd. Tekenaars, fotografen en andere beelbewekers weten dat kleurbelefing afhangt van de kleuren er omheen, maar ook zij moet het brein steeds bewust sturen om daar rekening mee te houden.

Dit beslissing om het snelle systeem wel of niet te gebruiken is een onbewuste beslissing. Daar hebben we geen enkele invloed op.

De nieuwste wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat een autistiesch brein veel sneller over gaat naar het langzame denken. Dat snelle denken is in een autistiesch brein dus niet de standaard. Dat langzame denken staan altijd aan.

Ik schreef net dat je daar gemaal gek van zou worden, en dat dat vreselijk veel energie zou kosten.

Precies!

Als je autistisch bent, raak je niet voor niets snel overprikkeld. En als je autistiesch bent wordt je soms gek van alle informatie die binnen komt, want je brein wil daar van alles mee. 

Wat dat me langzaam, luisteren te maken heeft vertel ik in mijn lezing.

Screenshot

 

Een kind laten gaan

Het verhaal dat Abraham Isaak moet offeren
vond ik alleen verteerbaar
als ik daarbij bedacht
dat hij erop vertrouwde dat zijn zoon niet echt dood zou gaan,
wat er ook zou gebeuren,
wat hij ook zou doen,
zijn zoon zou blijven leven. 

Ik lees het verhaal nadat ik mijn dochter moest laten gaan.
Het kostte mij alles om geen “nee” te zeggen
tegen haar wens om dit leven te beëindigen,
maar: “ik sta naast je.”


Dat kon ik alleen omdat ik erop vertrouwde
dat onze liefde voor elkaar blijvend is.
Dwars doorheen de pijn,
dwarsdoorsneden mijn vouten als vader,
dwarsdoorsneden de dood. 

 

Genesis 18-20 en Psalm 17

Ik zou niet meer mopperen, en dat was vorig, want ik wist dat dit zou komen.

(Lees ook het nawoord, waar ik over mijn mopper heen stap. En op basis daarvan besef ik dat ik niet zo heel vers, elke dag een stukje moet schrijven. Die Bijbel moet in me rijpen. Ik lees nu ook het boek van Anselm Grün over de Bijbel. Ik laat het bezinken voor ik er over schrijf. Nou ja. De volgende post nog. Dat is iets bijzonders wat ik kwijt wil)

Sodom. Sodomieten. Homo haat. Hier heeft de Bijbel echt veel kwaad gedaan. Heel veel homoseksuele kinderen werden en worden nog steeds onderdrukt omdat het in de Bijbel staat dat het niet mag. Bontenbal wilde vorige jaar zelfs nog scholen de vrijheid geven om leerlingen te leren dat homoseksualiteit een zonder is. 

Gewoon echt doe! Niet goed te praten, en ook niet te negeren. De Bijbel heeft veel leed veroorzaakt door de manier waarop die gebruikt is. Punt.

En daarnaast staat er heel veel moois. En het mooie is veruit in de meerderheid.

Ik ben dus zeer kieskeurig in wat ik uit de Bijbel haal. En degenen die zeggen dat dat niet mag beseffen niet dat ze dat zelf ook doen. Wel rijk worden ten koste van anderen, en homoseksualiteit verbieden is ook kiezen wat je uit de Bijbel haalt. Als je liefde als uitgangspunt neemt, weet ik wel wat de betere keuze is.

En wat het ontroerde:

God, die met twee engelen gewoon even op bezoek komt bij Abraham. Geweldig! Zo’n alledaagse tafereel. God, ga rustig even zitten, dan maak ik iets lekkers. Ik vind het mooi om voor te stellen dat God zo bij mij op de bank zou zitten.

Ik heb al heel lang een liefdevolle stem in mijn hoofd. Die stem noemde ik vroeger mij “interne fan”, als tegenwicht tegen de nadere stem: mijn interne kritieks.  Deze stem praat echt met me, en zacht soms dingen die me verrassen. Ik noem het nu anders. Voor mijn zijn het gesprekken met God. En dan zit ze vaak naast me op de bank. Soms zegt ze niks en slaat alleen maar haar armen om me heen. Ik kan de warmte en liefde daarvan echt voelen.

Wat ik ook heel erg mooi vind is hoe Abraham met God onderhandelt over het leven van de bewoners van Sodom en Gomorra.  Hier is Abraham staat voor mij Abraham ethisch gezien boven God. In mijn herinnering gebeurt dat vaker inde Bijbel, dat mensen God moeten wijzen op het fijt dat hij te streng is en dat niet past bij zijn liefdevol zijn. God wordt er bijna menselijk van. Ik zie het al, God heeft in de Bijbel meerdere gezichten. Dir gesprek met Abraham maakt God heel benaderbaar. Letterlijk zelf. Ik lees dat Abraham wat dochter bij hem komt staan als de engelen al vertrokken zijn naar Sodom. Daar staan ze, als twee vrienden, uitkijkend over de vallei, pratend met elkaar. Een heel en dierbaar beeld.

Psalm 17

Ik lees:

Laat uw zwaard mij beschermen van de goddelozen,
uw hand, Heer, mij verlossen van de mannen
des doods, die leven voor kostrondog gewin. 

Kijk, dáár zit het kwaad, niet in twee mannen die van elkaar houden en de liefde bedrijven. 

 

Nawoord.

Een vriendin schreef me deze tekst:

In Ezechiël 16:49–50 staat geschreven:

“Dit was de schuld van je zuster Sodom: zij en haar dochters waren trots, hadden overvloedig voedsel en welvarende rust, maar hielpen de armen en behoeftigen niet. Ze waren hoogmoedig en deden gruwelijke dingen voor mijn ogen; daarom heb ik ze verwijderd toen ik het zag.”

 

Daar staat dus dat de slechtheid van Sodom ergens anders over ging. Dat is fijn, dat het niet om homoseksualiteit gaat, maar over hebzucht, en andere niets gunnen.

Dat is natuurlijk het gevaar van elke dag iets schrijven. Ik kan alleen schrijven over wat ik gelezen heb. En dat betekent dat ik het begin heel veel context mis. Bij deze genoteerd, achterin mijn hoofd, voor het verdere lezen. 

Nog een nawoord.

Ik lees nu pas “Het verhaal gaat”.

En daar staat wat ik zelf had kunnen bedenken.

Ik heb vooroordelen, en dat is niet heel gek. Ik ben zelf trans en biseksueel, ik weet hoe een bepaalde groep gelovigen over mij denkt. Het heeft me heel erg lang uit de buurt van een kerk gehouden,

Dus als er staat dat alle mannen van Sodom gemeenschap willen hebben met de bezoekers van Lot, ga ik er van uit dat het gaat om seks tussen mannen dat slecht is. dat is niet zo gek. Het woord sodomieten wijst daar ook naar.

Maar stel nu eens dat seks tussen twee mannen voor de verteller geen bezwaar is, als het liefdevol gebeurt. Stel dat het hem gaat of die grove manier waarop die wordt afgedwongen. Dan gaat het hoe je met vreemdelingen om gaat. Dan gaat het over gastvrijheid. 

Ik leer nu dus dat ik met een bepaald beeld die bijbel lees. Ik probeer het open te doen, maar zie nu dat dat een kunst is die ik nog niet bezit. Dus is het goed om niet langer elka dag een stukje te schrijven. Wat ik lees moet rijpen. Ik kom terug, maar ik stop met elke dag schrijven.