Ik doe mee met Jólabókaflóð, in gewone letters jolabokaflod. Een oud- en nieuwtraditie uit IJsland. Men geeft elkaar een boek en wat lekker. Na het uitpakken wordt, er met het lekkers meteen gelezen, ieder in zijn nieuwe boek.
Ik vind het mooi klinken en doe dus nu online mee.
En toen moest ik een lijstje maken om aan te geven van wat voor soort boeke in houd. Ik kijk naar andere lijstjes. Leuk om te zien waar mensen van houden of juist niet, en hoe ze dat beschrijven. Daar begint de lol al.
Want nu moet ik gaan verwoorden waar ik van hou. Ik heb daar al wel eens bij stil gestaan, maar hoe verwoord ik dat. Het is niet een eenduidig verhaal, het zijn losse ontdekkingen en gedachten over wat me boeit.
Zo heb ik net een boek gekocht met winterverhalen. Ik hou heel erg van kerst en wisterverhalen. Misschien dat ik daarom die Ijslands traditie zo leuk vind. Wegduiken in verhalen.
Maar het zijn literaire verhalen. En die vind ik niet knus. Ik besef dat ik meer van de verhale ben dan van de literatuur.
Dat ontdekte ik al toen ik de boeken van de lievenlingsschijver uit mijn pubertijd opniew las. Anton Koolhaas. Ik heb ook een boek over hem. Daar kom ik tegen dat de literaire kritiek op hem is dat de verteller te veel aanwezig is. En dat is dus juist waar ik heel erg van houd. Een verteller die ik voor me zie als iemand die naast me bij het haardvuur zit, en me mee neemt in een verhaal. En af en toen wat terzijdes maakt, en dingen uitlegt. Dat voelt wél knus. Literatuur is voor mij vaak te afstandelijk.
