Ik ben weer aan het wiebelen.
Ik schreef daar al eerder over. Ik weet al heel lang hoe het werkt. Maar dat betekent niet dat ik het kan stoppen.
De wiebel:
Ik wil iets in de wereld zetten.
Ik heb dat eerst heel lang in mijn hoofd.
Dan geef ik het vorm.
Dan vind ik het heel lang niks.
Dan spring ik, en zet ik het in de wereld.
Dan word ik helemaal hiper want iedereen moet het zien.
Dan valt het tegen hoeveel mensen ik bereik.
Dan trek ik me terug en besluit nooit meer iets neer te willen zetten.
Dan is het een tijd stil.
Dan komt er onrust.
En vanuit die onrust komen weer iets dat ik de wereld in wil zetten.
Ik probeer het lost te laten, dat in de wereld zetten. Ik probeer te voelen dat ik genoeg ben, ook als ik niets in de wereld zet. Maar dat lukt niet. De onrust komt altijd weer terug. Ik heb gedingsdrang.
En nu heb ik iets anders bedacht. Iets dat klein is. Waarvoor ik niet voor op de daken hoef te staan. Of ik houd mezelf voor de gek en ben ik toch weer bezig iets in de wereld te zetten. Ik ga het wel zien.
Ik ben begonnen met brieven schrijven. Dat begon omdat ik aan mijn kinderen brieven schreef over hoe geweldig ik ze vind. En toen wilde ik briefpapier. En een vulpen. En …
En toen wilde ik meer gaan schrijven. Mijn handschrift verbeteren. Mijn hersen stimuleren met schrijven. Kijken of ik ze langzame kan laten denken omdat schrijven langzamer gaat. En ik wilde minder op social media.
Dus ik verzon Slow Social.
Ik heb nu via die social media ruim tien adressen waar ik mee ga corresponderen. De eerste tien brieven zijn de deur uit. Ik schrijf wat in me op komt.
Ik heb al één brief terug.
Ik hoop dat we mooie rustige gesprekken gaan hebben, weg van de hectiek van social media.
