Mijn klagen is liefde.
Ik ben zelf vergeten dat het liefde is
want ik gaf het een vorm van uit angst.
En in het duister kwam misschien zelfs
afgunst mee, en wrok.
Dat het angst is ben ik ook vergeten.
Liever ben ik boos.
God vergeef me als ik houvast zocht
en liefde liet verstenen.
Vergeef me als ik dijken bouwde
over anderen heen.
Geef me geen bevestiging van het gelijk
waarvan ik denk dat ik het zoek.
Het maakt van steen graniet.
Sla me niet met verwijten.
Dan verhoog ik mijn duiken.
Zoek mij op waar ik zelf niet durf te gaan.
Neem me serieuzer dan mijn lief is.
Laat me weer voelen
dat mijn klagen, liefde is.
Ik zal voor jou hetzelfde doen.
En als jij vindt dat ik zeur
heb je misschien gelijk.
Maar zoek altijd in je hart,
want misschien ook schuren mijn woorden
aan de stenen van jouw muur.
Laten we zo voor elkaar
de beschutting zijn die we nodig hebben.
Geen dijk, maar een wadi.
Geen muur, maar een schouder.
Geen vreemde maar een vriend.
