De buitenbeentjes en het systeem

We leven in een samenleving die ingericht is voor het normale, de grote gemene deler, de norm. Iedereen die binnen die norm valt heeft standaard wind mee. Dan is er een grote groep die niet helemaal past, maar die zich aan kan passen, en op die manier ook profiteert van de wind mee. Dan is er de groep, en die is groter dan je denkt, die zich niet aan kán passen. Dat is de groep die altijd tegenwind heeft. Dat zijn de buitenbeentjes. Ben ik nu de groep vergeten die zich wel aan kan passen, maar weigert om zich aan te passen? Nee, voor mij zijn dat mensen die zich niet kunnen aanpassen omdat aanpassen zou betekenen dat ze zichzelf te zeer zouden verloochenen. 

 

Die gerichtheid op de norm houdt zichzelf in stand, want de norm wordt gemaakt door de mensen die daarvoor de macht hebben, en ze hebben die macht omdat ze wind mee hadden. De grote groep daaromheen krijgt maar één soort les: pas je aan, anders loopt het verkeerd af. Gek genoeg wordt deze les met de beste bedoelingen gegeven. Daar komt het idee vandaan dat je geen aanpassingen moet maken voor kinderen omdat ze zich anders niet leren redden in de wereld. Je zou kinderen maar verwennen als je ze geeft wat ze nodig hebben. De enige manier waarop aanpassingen mogelijk zijn, is door middel van etiketten, labels, diagnoses. Denk hierbij aan het dyslexie protocol. Anders zijn moet ook weer in een hokje met vaste protocollen en richtlijnen. Met andere woorden, zelfs het anders zijn moet in het systeem passen.


Er is op zich niks mis met het regelen van dingen volgens een grote gemene deler. Zo kun je snel en makkelijk veel dingen regelen. In het boek Slow and Fast thinking van Daniel Kahneman wordt beschreven hoe onze hersenen ook zo werken. We doen veel op de automatische piloot, dat is ons snelle systeem. We schakelen over op het langzame systeem als de automatische piloot niet meer voldoet.
En daar zit het probleem. We hebben alleen nog maar die automatische piloot. We zien niet in dat we op tijd op handbediening over moeten gaan. Als ik iets zou willen veranderen is het dat. Direct schakelen naar handbediening als de situatie daarom vraagt, en de situatie vraagt erom als de mens erom vraagt. De standaard reactie moet zijn om die vraag serieus te nemen, en niet pas als het systeem dat goedkeurt. Het systeem kan dat juist niet. Dat vraagt om maatwerk. Dat vraagt om mensen die dat maatwerk durven leveren, en dat vraagt om organisaties die dat maatwerk rugdekking geven. Niet het systeem is leading, maar de mens.