Selecteer een pagina

schrijven

En dat is waarom ik er nu niet aan toe geef. Ik heb niet de luxe om door de grond te zakken. Ik heb door te leven. Dat is waarom ik schrijf, ook over de lelijke dingen. Soms is pijn beter dan de doffe grijze mist waar ik in zit. Want ik heb alleen maar die twee smaken. Hevige pijn die te groot is om te voelen, of de dikke grijze mist waarin het me allemaal niets meer kan schelen. Om niet te hoeven voelen wat ik gedaan heb. Dus ik schrijf. Pijn die ik schrijf is minder drukkend, alsof ik een deel van die pijn via de inkt naar het papier kan laten vloeien. Mijn psycholoog had gelijk toen hij zei dat ik het met pen en papier moest doen, met een echte ouderwetse vulpen.

 

Afterthought: Dit werkt dus alleen zolang ik schrijf. Als ik daarmee stop komt alles in zijn hevigheid terug, of in zijn doffe uitzichtloosheid. Ik plak dit hier even tussen, wat ik nu schrijf, schrijf ik veel later. Ik ben aan het teruglezen, want ik heb inmiddels door dat ik een doel heb. Het moet een boek worden. Het hoeft niet eens in de winkel te liggen. Misschien zet ik het gewoon op internet. Als jij het maar leest, lieve lezer. Ik weet wie je bent. Ik snap je want jij snapt mij. Anders was je al lang gestopt met lezen. Al ben je maar alleen, het is belangrijk dat je dit leest. Dit is een boodschap. Dan is niet alles voor niks geweest. Ik ga nu nog niet zeggen wat die boodschap is. Die kun je pas snappen als je het hele verhaal kent.

 

Soms is schrijven over mezelf ook teveel. Dus schrijf ik in een ander schrift (ik gebruik hele mooie, dat helpt) mijn bespiegelende gedachten over de toestand van de wereld. Ik deed dat al eens voor de schoolkrant, alleen heb ik die stukken nooit durven inzenden. Ik zet ze er hier tussen. Ik heb die gedachte gestolen van John Steinbeck. Ik las voor school Cannery Row. Ik vond het groepje mensen daarin geweldig. Ik voelde me in dat boek meer thuis dan in de echte wereld. Ik denk dat ik de vriendschap van dat groepje miste. Ik wist toen nog niet dat ik zelf deel uit zou maken van een groep met zulke onvoorwaardelijk vriendschap, waar wie je bent belangrijker is dan wat je doet.

 

Toen las ik ook Grapes of Wrath, want daar heeft hij de Pulitzer prijs mee gewonnen, dus ik vond dat ik die niet mocht missen. Die was pittiger, maar ook indrukwekkend. Wat ik mooi vond in de opbouw van dat boek was dat hij steeds afwisselt. Tussen de hoofdstukken die gaan over de familie die hij volgt, schrijft hij algemene hoofdstukken over wat er in Amerika gaande is. Ik ga nu heel pretentieus hetzelfde doen. Lang niet zo mooi natuurlijk, maar ik ga wel zijn idee jatten. Sorry dat ik dit allemaal schrijf, maar ik wil behalve mijn verhaal, en mijn boodschap ook een spoor van broodkruimels achter laten. Er is zoveel moois geschreven en ik wil je op dat spoor zetten. Ook hier weer, als is er maar één iemand die één boek leest, gaat er ergens een hele wereld open. En dan is het niet voor niets geweest.

 

Hier volgen het eerste stuk uit mijn andere schrift. Ik zal ze cursief zetten.  Ze zijn de achtergrond waartegen mijn verhaal zich afspeelt. En later zal pas blijken hoezeer ze verweven zijn. Vergeef mijn pretentieuze toon. Ik ben vaak vroegwijs genoemd, het is ook de reden dat ik gepest wordt, maak niet de fout te denken dat een scholier dit niet zo zou schrijven. 

 

In Zweden is er een scholiere die in staking gaat voor het klimaat. Iedereen vindt haar schattig en niemand neemt haar serieus. Als ze volhoudt komen er de “nu weten we het wel” reacties. Ze wordt betuttelend toegesproken door volwassenen die het goed bedoelen en haar adviseren om haar opleiding af te maken zodat ze een echte bijdrage kan leveren. Haar antwoord is dodelijk. Het heeft geen zin, de kennis is er al, wat ontbreekt is de wil. Omdat ze volhoudt komen nu ook de minder goed bedoelende reacties. Ze wordt aangevallen op haar autisme. Ze is een mooi voorbeeld hoe de wereld aan het kantelen is. Maar helaas. Vooralsnog verzet de wereld zich stevig. Hoe duidelijker het wordt dat we niet zo door kunnen gaan hoe harder de hakken in het zand gaan.

 

In Nederland worden twee politici die hun publiciteitsstunts en hun retoriek rechtstreeks afgekeken lijken te hebben van Hitler ongekend populair. En iedereen schijnt het te accepteren. Ik zie dezelfde dynamiek als bij mij op school. 



Op het moment dat je onrecht hardop benoemt, ben jij degene die polariseert. Nooit wordt je boodschap gehoord, altijd wordt de toon benoemd en afgekeurd. Wat niemand ziet is dat toen de toon nog beleefd was, de boodschap ook genegeerd werd. Systemen zijn star. Ik hoorde iemand zeggen dat het erger moet worden voordat het beter wordt.

 

Ik wilde dat ik het lef had. Dat ik dat niet alleen maar in mijn mooie opschrijfboekjes schreef. Dat ik het hardop zou durven zeggen, schreeuwen desnoods. Ik zou zo graag tegen sommige van mijn leraren zeggen wat ik van hun lessen vind. Waardeloos. Letterlijk. Teveel lessen zijn waardeloos. Ze hebben geen toegevoegde waarde. De tijd gaat op aan gedoe in de klas, ze vertellen dingen die ook in het boek staan en ik dus al weet, ze leggen niet duidelijk uit. Ze leggen dingen uit voor de tweede en derde keer aan leerlingen die niet op zitten te letten. Het contrast met de leraren die het wel kunnen is groot. Maar ik weet hoe het gaat. Als ik deze boodschap aardig breng gaat het gesprek over mij, over welke hulp ik nodig heb, over wat ik anders kan doen. Als ik dan expliciet benoem dat het aan de lessen ligt krijg ik een preek over dat ik niet alles buiten mezelf moet leggen. Want dat is wat systemen doen. Het ligt helemaal nooit aan het systeem. Het kan niet aan school liggen. Het kan niet aan de leraren liggen, want als ze dat toegeven dan gaat alles wankelen. En dat kan niet, dus krijg ik de volle laag. Als ik daar boos over word, dan word ik weggezet als onhandelbaar. Ik voel me niet alleen machteloos op school, ik ben machteloos. Ik was machteloos. En ik was boos op het feit dat ik het liet gebeuren. Dat ik niet het lef heb om me uit te spreken. Dat ik het erbij laat zitten. Nu weet ik dat je het er nooit bij moet laten zitten, dat je je altijd moet uitspreken, zelfs als je weet dat er daardoor niets verandert. Er verandert namelijk wel iets. Anderen horen je, anderen die zich ook niet durven uitspreken. Maar dat is een les die ik pas later leerde. Nu voelde ik me alleen maar waardeloos. En ik was Ineke ook kwijt.