Selecteer een pagina

Ik kocht een ligfiets, en dat had nogal wat gevolgen. Ik fietste nu in weer en wind naar de school waar ik werkte. Ruim 50 kilometer per dag en dat bijna elke week 5 dagen. Ik viel af, meer dan 15 kilo, en voor het eerst in mijn leven was ik trots op mijn lichaam. Ik bekeek mezelf zelfs in de spiegel. Toen zag ik mijn mannenborstjes, eigenlijk moesten die weg, om het beeld compleet te maken, maar tot mijn grote verrassing vond ik ze leuk.

Ik googelde. Gynaecomastia. Ik kwam op een Amerikaanse site, die twee forums had. De ene ging over waar je een goede chirurg kon vinden, de andere over acceptatie. Ik hoorde dus bij die tweede. Maar hoe meer ik las, hoe meer ik besefte dat ik hier niet thuis hoorde. Ik ging googelen op transgender. We hadden al jaren geen TV meer, en ik had alle programma’s over transgender gemist. Bovendien, ik kon toch geen transgender zijn? Dat waren toch mensen die vanaf hun 5e al zeker wisten dat ze een meisje waren?

Ik las en ik huilde. Zoveel herkenning had ik niet verwacht. Ik huilde en ik las. Zou ik dan toch? Ik heb gesprekken met mijn interne fan, mijn koesterende stem, toen nog een hij. Ik vroeg hem . . . Mag dit? Is dit voor mij? Er kwam een heel zacht en heel zeker ja. Ik werd overvallen door een golf van dankbaarheid, het voelde alsof een heel leven me inhaalde. In een nacht wist ik rotsvast zeker wat ik een halve eeuw lang ontkend had.

 

Het was kerstvakantie. Ik heb twee januari een afspraak gemaakt met de huisarts, om me op de wachtlijst te laten zetten voor de polikliniek genderdysforie van het VUMC. Mei 2017 ben ik aan de beurt, zeggen ze. (Vanaf dat moment explodeert de wachtlijst, mijn eerste gesprek zou uiteindelijk februari 2018 worden.)

 

Ik wilde de gesprekken met de psycholoog om bevestiging te krijgen, hoewel ik weinig twijfels had. Meer hoefde niet. Ik zag mezelf als 50+er niet met jurken gaan lopen. Weten dat ik trans was, gaf me al zo veel rust.

Net als destijds, met mijn ontdekking bi te zijn (wat nu overigens een hele andere lading kreeg), vertelde ik het meteen aan S. Tien januari was ik jarig, al mijn kinderen waren thuis, en omdat dat niet zo vaak meer gebeurde, vertelde ik het hen ook. S. vond dat ik moest doen wat ik moest doen, maar wilde er niet bij betrokken zijn. De kinderen waren verrast, maar ook nieuwsgierig.

Ik was ook nieuwsgierig. Hoe zou dat staan, een jurk? Ik bestelde er een bij de Wehkamp. Midden in de nacht trok ik die jurk aan, en ging naar de keuken waar onze grootste spiegel hing. Ik was zo bang! Niet omdat mijn vrouw wakker kon worden en mij in een jurk zou zien, ik was bang om mezelf in een jurk te zien. Ik stapte voor de spiegel, en ik vond het vreselijk wat ik zag. Man in een jurk. Geïnternaliseerde transfobie, is dat, begreep ik later. Opgelegde zelfhaat en schaamte.

 

Mijn eerste reactie was “zie je wel? Einde avontuur, alles snel vergeten.” En toch maakte ik een foto en stuurde die naar een vriendin. Haar reactie: “Ik kan wel een vrouw zien.”

 

Met deze vriendin Xandra ging ik in de voorjaarsvakantie winkelen. Ik werd een pashokje in gebonjourd en Xandra kwam aanzetten met armen vol jurken. De eerste die ik aantrok was een blauwe. Ik keek in de spiegel en ik moest huilen. Ik vond mezelf elegant, een woord dat uit angst voor besmetting niet eens bij me in de buurt wilde komen.

 

Ho, wacht! Je leest hier veel te snel overheen. Dit was een life changing momennt.  Stel je voor. Ik ontweek spiegels! Ik had ooit wel eens meegedaan aan een challenge waar je elke dag tegen je spiegelbeeld moet zeggen: “je bent mooi!”. Mijn spiegelbeeld zei dan altijd: “geloof je het zelf?”

En zei het spiegelbeeld: “zie je wel hoe mooi je bent?” Soms lijkt het alsof ik op dat moment door die spiegel heen gestapt ben, als in een kinderboek.

 

Vanaf dat moment nam ik de beslissing. Ik wilde als vrouw verder. Ik wist dat ik nooit zou ‘passeren’ (dat betekent dat je door mensen die je niet kennen zonder meer gezien wordt als vrouw), en toch zou ik doorzetten. Liever een duidelijke transvrouw, dan verder als man.

 

Mijn collega’s waren blij voor me, en de kinderen op school vonden het gaaf, of het boeide ze niet zo, en een enkeling vond het toch wat vreemd, maar omdat ik daar niet mee zat had ik met deze kinderen mooie gesprekken. Wel werd afgesproken dat ik me pas na de zomervakantie zou presenteren als vrouw. En zo leefde ik een half jaar lang twee genders. Als ik maar even kon, deed ik mijn nieuwe kleren aan. En iedereen vond mij dapper.

 

Maar mijn moment van dapperheid was al geweest. Die twee momenten voor de spiegel spiegelden elkaar. Mijn echte moed zat niet in het naar buiten gaan in een jurk, mijn echte moed was mezelf durven zien in een jurk. Moed is niet de confrontatie met de wereld, moed is de confrontatie met jezelf. Die is altijd eenzaam. Zelfs als mensen je begrijpen, niemand kent de specifieke mix van geïnternaliseerde normen, de pijnlijke ervaringen en de schaamte die daarmee verbonden zijn. Ik noem dat eenzame moed. Zonder het doorleven van mijn eenzame moed was dat moment voor de spiegel in de paskamer niet mogelijk geweest. Dat moment was mijn stralende moed, het vieren van mijn eenzame moed. Ik liep trots te zijn in mijn jurken en rokken. Als mensen omkeken, zag ik er geen afwijzing in, ik dacht alleen: “gave jurk he?”

 

Als ik het pijnlijke moment voor de spiegel had overgeslagen, had ik gedacht dat mijn strijd er een met de wereld was. Ik had door in jurken te lopen de wereld willen afdwingen me te respecteren als vrouw, niet wetende dat dat mijn taak was. Ik had dapper gestreden. Ook dan hadden mensen mij misschien moedig gevonden, maar het was lege moed geweest, en mijn strijd zou blijvend geweest zijn.

 

Please follow and like us: