De tussenwerelden (deel 12)

Ik wens iedereen vrienden toe die je begrijpen. Meer dan dat, dat ze ook begrijpen wat ze niet kunnen begrijpen, en de overtreffende trap: dat ze je vertrouwen zonder om verdere verklaringen te vragen. Dat is precies wat volwassen niet kunnen doen naar jongeren toe. Alsof je om toe te treden tot het volwassendom een verklaring moet tekenen om jongeren niet serieus te nemen. Ik denk dat het niet eens te maken heeft met leeftijd. Ik denk dat weigeren om te ondertekenen als consequentie heeft dat je zelf niet serieus genomen wordt, ongeacht je leeftijd.

 

Ik voelde me zo serieus genomen. Zelfs Jerry luisterde naar me, en dacht mee. Ik kon loslaten dat ik stoer moest zijn met een lichtzwaard. Ik deed er toe. Woordeloos. Ik hoefde daar geen bewjjzen voor. Ik kon het voelen. Als ik de beste therapie zou moeten beschrijven: vrienden die onvoorwaardelijk in je geloven. Dat, en net genoeg zelfvertrouwen om dat te geloven.

“Waarom pas je die therapie nu niet toe?” zou je zeggen. Maar zelfs mijn psych is slim genoeg om dat nu niet van mezelf te vragen. Ik weet inmiddels wat er nodig is om dat allereerste beginnetje zelfvertrouwen opnieuw te vinden. Maar weten is niet doen en doen is niet voelen. Ik kom er wel, daar begin ik nu heel voorzichtig op te vertrouwen, maar de weg is lang en zwaar.

 

Want ik had het! Nu ik er over schrijf kan ik het bijna voelen. We waren helden, ons zelfvertrouwen groeide, elke keer dat we de tussenwerelden betraden. Het is het best te vergelijken met een game verslaving. Steeds een hoger level, steeds nieuwe vijanden. En juist dat hadden we moeten zien. Het plan was geweest de tussenwerelden te ontdoen van alle kwaad zodat het niet meer onze wereld in kon stromen. Liza was de eerste die het benoemde.

 

“Het worden er niet minder he?”

Aan onze gezichten kon ik zien dat we dit allemaal ergens wel wisten maar niet toe durfden te geven. 

“Het is meer een game die we spelen dan dat we de wereld redden.” Wow, Jerry bleef me verbazen. Hij had het ook al gedacht.

 

Ik nam Ineke apart. Ik had iets goed te maken. 

“Je had gelijk met Jerry. Sorry dat ik er zo’n jerk over was. Hij is oke. Je mag blij zijn met zo’n vriendje, hij is niet alleen maar een stuk.”

“Je bent een lieverd en je ziet veel, maar soms heb je ook verbazingwekkend grote blinde vlekken.”
“Wat? Hoe bedoel je?”

“Jerry is niet mijn vriendje, hij is niet op die manier in mij geinteresseerd.”

“Wat? Jullie hebben een klik, en waarom zoekt hij jou dan steeds op?”

“Om dezelfde reden dat hij zo onhandig doet tegenover jou. Hij wil niet bij mij zijn, nou ja, ook wel, hij wil bij mij horen, bij ons horen vanwege jou.”
“Haha, nou dan heeft hij een gekke manier om dat te laten zien.”
“Dat komt omdat hij net zo stom is als jij. Hij is verliefd op je en dat past nog niet helemaal in zijn hoofd.” ze gaf me een kus.

“En jij, ben jij er al aan toe om toe te geven dat jij ook verliefd bent op hem? Je zou jezelf eens moeten zien, de manier waarop je de laatste dagen naar hem kijkt”

<deel 13>