Selecteer een pagina

Voor Vincent was er Peter en was er Bert. Maar dat wist ik nog niet. Dat ik ook op jongens kon vallen, kwam eenvoudig niet bij me op. Ik was geen homofoob, dacht ik. Ik was niet eens bang om als homo gezien te worden. Ik flirtte er zelfs mee toen ik met Peter uit eten ging en we van elkaars pizza aten. “Ze kijken. Ze denken vast dat we een verliefd stel zijn.” grapte ik nog. Iedereen kon homo zijn behalve ik. 

Ik heb een eigen versie van “Dat overkomt iedereen behalve mij”. Op de middelbare school durfde ik niet te spijbelen. Ik wist heel goed dat bijna iedereen dat wel een keertje gedaan had Ik wist ook dat de wereld niet verging als je het deed. Straf en boze ouders. Maar ik vind het vreselijk als ik per ongeluk, door onhandigheid, mensen boos maakte, dat ging ik toch zeker niet expres doen? Voor mij was spijbelen onmogelijk, iets voor anderen maar niet voor mij. Zo vond ik homo zijn oké. Maar ik had genoeg geïnternaliseerde homofobie om te vinden dat oké nog niet hetzelfde was als normaal. Je kon alleen homo zijn als je de gevestigde orde trotseerde. Als je buiten de grenzen durfde te gaan. Er waren mensen sterk genoeg om dat te durven. Maar ik was niet zo’n mens. Net als spijbelen was homo zijn onmogelijk. Trans zijn was de binnenste van de concentrische cirkels van wat ik kon zijn.

Waarom zag ik toen niet hoe leuk hij was? Hij was knap, aardig, lief, teder, en heel belangrijk: ik voelde me veilig bij hem. Maar kennelijk was op dat moment niets veilig genoeg om mijn geaardheid ruimte te geven. Dat avondje bij de pizzeria was ons enige avondje uit. Het staat me nog zo helder voor de geest. Het voelde zo natuurlijk toen hij me uit eten vroeg, bijna alsof we het samen ter plekke bedachten. Ondanks de eenvoudige pizzeria was het een echt avondje uit. Ons kleine tafeltje was een cocon vol warmte, aandacht en plezier. We kozen samen, als jij nu deze neemt en ik deze, delen we ze door de helft. We deelden ook de karaf Lambrusco. We deelden ook het gesprek, zijn verhalen en de mijne vloeiden in elkaar over, en er was veel waar we samen over konden lachen. Ik zie zijn gezicht nog voor me, donker sluik haar, ik zou gezegd hebben dat hij op Tom Cruise leek, maar die was toen nog niet bekend. En hij was gewoon zo lief! Ik voelde me gestreeld door zijn aandacht. “Versier hem dan!” zou ik mijn ik uit 1982 willen toeroepen. Ik was zo bleu. Was hij homosexueel, had hij geprobeerd mij te versieren? Durfde hij niet verder te gaan omdat ik geen tekens gaf? Of was het voor hem alleen maar een leuke gezellige avond geweest?

En Bert. Gewoon een fijne vriend. Van hem vermoedde ik wel dat hij homosexueel was. Hij en Ruud waren naast mij de enige mannen van onze studie. We konden goed met elkaar opschieten. Ruud wat scherp en cynisch, Bert vooral erg lief. Ik had net verkering met Sacha toen ik met Bert samen op vakantie ging (Sacha had al een vakantie afgesproken met haar middelbare-school vriendin). Met zijn tweeën in een tentje. Mijn moeder gaf geschiedenis en ze vertelde over een boek dat ze las, Montaillou. Uit de aantekeningen van een spaanse inquisiteur kon een verrassend gedetailleerd beeld geschetst worden van het dorpje met die naam. Ik had bij mijn bezoek aan mijn ouders de Vrij Nederland bijlage meegenomen, die helemaal gewijd was aan hoe dit middeleeuwse dorp er nu bij lag. Bert en ik zouden met eigen ogen gaan kijken. Met de trein naar Toulouse en dan liftend verder. We waren twee typische backpackers samen. Op goed geluk zakten we af naar de Pyreneeën. We kwamen langs Pamiers en Foix, en ik riep enthousiast dat die plaatsen in het boek genoemd werden als woonplaats van de Graven die het hele gebied in eigendom hadden. We kwamen uit in Ax-les-thermes, op een camping aan een riviertje. We kochten een wandelkaart van de omgeving. We besloten de heenweg een lift te zoeken. Die kregen we van een oud mannetje in een krakkemikkig oud autootje die verhalen vertelde waar we af en toe kleine stukjes van begrepen. Enthousiast reageerden we dan omdat we voelden dat we dat verschuldigd waren aan zijn gulle vriendelijkheid.

Montaillou zelf viel een beetje tegen, maar de wandeling terug was schitterend. We zochten de weg die de postbode vroeger gelopen had volgens het katern dat ik bij me had gestoken als gids. Midden in de bossen, tijdens een steile afdaling, waarbij we ons af vroegen of we wel op de juiste plek naar beneden zouden komen, hoorden we opeens de omroep van de camping. We keken elkaar aan, en uit die blik sprak een high five, wij konden dit. Na dit wapenfeit deden we het rustig aan. We gingen s middags op het terrasje van Ax zitten, tegenover de thermen, bestelden een fles wijn en brachten de hele middag al lezend door. Het waren die middagen die we ons het best herinnerden van de vakantie, dat we van elkaars bijzijn genoten, zonder dat daar een woord voor nodig was. Het voelde zo vertrouwd met Bert, we leken net een stel.

Ten ik jaren later deze schreef zat Bert nog in mijn hoofd

Durf ik stil te zijn met jou?
Zonder het mom van wat dan ook?
Alleen mijn aanwezig zijn
in deze ruimte
deze tijd
te laten tellen?
Dat ik naar je kijk
en jij niet naar mij
en andersom.
En soms juist wel.
Dat onze blikken kruisen,
zonder knikje.
Misschien sluit ik als een kat
even mijn ogen
en bewegen zacht jouw lippen
omdat we weten.
Niet wat ik voel
of wat jij voelt,
maar dát ik voel
en dát jij voelt.
In deze tijd en deze ruimte.
Durf jij stil te zijn met mij?

Erg gebeurde niets in ons kleine tentje. Ik viel toch niet op mannen, en ik had ook nog verkering. Sex om uit te proberen was ook een “Iedereen behalve ik”. Wat heb ik een schitterende ervaringen gemist. 

 

Please follow and like us: