De tussenwerelden (deel 9)

En het zou alleen maar erger worden. Hij zag er uit als Finn uit Star Wars. Door de opmerking van Liza was ik anders gaan kijken. Ik was nooit bezig geweest met wie knap was of niet. Astrid zag er altijd gaaf uit, maar dat was vooral omdat ze stijl had en er werk van maakte. Liza zag er heel gewoon uit. Ineke was knap, maar Jerry! Die was echt mooi! Ik snapte nu ook wat Ineke in hem zag. Nu ik beter keek was dat stoere niet zo fake als ik altijd had gedacht. Hij had iets ongenaakbaars, mysterieus en iets kwetsbaars. Ik zag hoe verlegen hij reageerde toen Liza hem de brute krachtpatser had genoemd, en wat ook hielp is zijn kinderlijk enthousiasme toen hij voor het eerst het lichtzwaard vast hield. Ik was in de war. Was dit dezelfde jongen die me uitgelachen had toen in moest huilen bij het aqarium? En nog een keer met een ‘way to go!’ applaus op mijn vernederende huiswerk moment? En hij leek mijn blik te ontwijken. Ik had Ineke beloofd hem een kans te geven, en toegegeven, hij leek minder erg, en als hij iets had met Ineke, dan moest ik het ze gunnen toch?

 

Maar het voelde anders. Liza had gelijk. Ik was jaloers. Ik miste de vertrouwdheid met Ineke, en ik wilde dat ik er ook zo gaaf uitzag met een lichtzwaard. 

 

Het zat me dwars, maar niet dwars genoeg om te genieten van wat volgde. He! We waren een echt superhelden team. Voor Astrid bestendigde ik een boog en Liza wilde een Sonic Screwdriver. Oh! Wat ben ik stom geweest dat ik nooit eerder contact gezocht had buiten de schoolopdrachten om. Ze was een Whovian, een fan van The Doctor! 

 

We waren allemaal badass monsterjagers.

 

Dat hele kleine beginnetje was uitgegroeid tot dit! Dat beginnetje was net zo lastig te vinden als een rol plakband waarvan je het laatste stukje vergeten bent om te vouwen. Maar als je het eenmaal losgepeuterd hebt lijkt het wel alsof de vicieuze cirkel omgedraaid wordt.

 

Wat jammer dat het zo moeilijk te beschrijven is. Dit is weer een stukje voor de film om lekker uit te pakken of voor een game. Je moet er zelf maar in je hoofd beelden bij maken.

 

Het lukte. Ik kon niet alleen mezelf in de tussenwerelden plaatsen, ik kon de andere vier meenemen als we elkaars handen vasthielden. Je had ons moeten zien, want ook onze kleren hadden we aangepast. Astrid was verantwoordelijk voor het kostuumdesign, en ik bestendigde het. 

 

Astrid een bizar mengsel van Hawkeye en Legolas, Liza zag er heel gaaf uit als de elfde Doctor (bowties are cool), waarop Ineke als de 13e Doctor wilde, en ik moet zeggen, het stond haar goed. Finn, eh ik bedoel Jerry, nou ja.. die was gewoon Finn met zijn leren jasje. En ik, wat kon ik anders aan dan het Finn and Jake T-shirt van de oude vrouw waar alles mee begon?

 

We rockten de tussenwerelden. Jerry vooral was erg goed. Ineke had gelijk gehad, we hadden hem nodig, want het was niet zonder gevaar. Het waren er veel. Maar we konden ze aan, als we niet te lang bleven, we zouden meerdere reizen nodig hebben om het daar schoon te vegen.

  

Ik liet de anderen de monsters bevechten, ik deed alleen mijn eigen reuzenmuggen en wespen, zonder wapen, gewoon door ze uit elkaar te laten spatten. Dat lukte niet met de andere monsters, die waren niet van mij. De koepels lieten we met rust. Ik vond dat lastig omdat ik die arme stakkers graag geholpen had met hun worstelingen.

“Niet jouw strijd!” riep Liza, en ze had gelijk.

 

Ik gebruikte de tijd om te verkennen. Dat is hoe ik er achter kwam dat dit tussenwerelden waren. Het leek hier oneindig door te gaan, zonder onder of boven, en toch… er waren horizonnen, oke, soms verticaal, rotsen, stranden, zeeen, wolken, ravijnen, muren. Ik zag monsters dwars door deze begrenzingen verdwijnen. Zouden ze zo onze wereld binnen komen? Als zwarte rook? Ik besloot er een te volgen, op afstand.

 

En zo ontdekte ik de andere werelden.

<deel10>