De tussenwerelden (deel 8)

Ineke en ik zaten op het bankje dicht bij de hut. Astrid had het zo geregeld. Wij twee alleen. Ze had me vergezeld, alsof ze bang was dat ik op het laatste moment zou terugkrabbelen. Ze hield mijn hand vast en gaf er een kneepje in.

“Het komt goed. Wat vreemd dat ik het nu ben die jou gerust moet stellen.”

We zeiden een tijdlang niks, keken vooruit. En toen, bijna tegelijkertijd zeiden we “Sorry!”

We moesten lachen. Toen volgde er een soort wedstrijd wie het stomst was geweest. Ik geloof dat ik die won. We keken elkaar aan en zagen dat het goed was, dat we allebei blij waren dat we elkaar weer gevonden hadden. 

“Zie je wel dat ik gelijk had?” zei Ineke, en ik moest huilen, omdat ik juist die woorden zo graag had willen horen. Ik had genoten van alles wat ik intussen kon, en tegelijkertijd had het zo vreselijk verkeerd gevoeld dat degene die het al die jaren geleden al had geloof, zelfs toen ik het zelf niet geloofde, dat juist zij er niet bij was geweest. We haalden de tijd in. Ik vertelde en liet haar van alles zien, aangemoedigd met “kun je dit ook?”’s van Ineke.

Toen werden we weer stil, omdat we beiden wisten dat er nog iets was.

“Jerry is echt niet zoals jij denkt. Geef jezelf een kans om hem te zien zoals ik hem zie.”

“Hij is hartstikke knap, dat weet ik zo ook wel.”

“Ook, maar ik bedoel iets anders. Hij heeft jou nooit uit willen lachen, weet je dat? Weet je dat hij je zelfs bewonderd?”
Ze keek me aan.

“Nee, en dat snap ik. Alles wat ik vraag is om het een kans te geven. Ik zal dat ook aan Liza vragen.”

“Wacht! Bedoel je dat . . .”
“Ja. Ik denk dat hij er bij moet zijn. Ik heb daar een reden voor die ik je niet kan vertellen. Vertrouw je mij?”

Goed, dacht ik. Eerlijk genoeg. Ik Liza erbij, zij Jerry erbij, Astrid was altijd al een beetje van ons beiden geweest. We zouden met zijn vijven zijn.

 

Liza vond het goed.

“Dan ben jij de brute krachtpatser van het stel”, zei ze toen we allemaal bij elkaar waren: “Ineke jij bent het knappe blondje”. We moesten lachen. Ik keek nog een keer goed naar Ineke. Ja, ze was knap, dat was me nooit opgevallen, ze was gewoon Ineke geweest.

“Ik ben natuurlijk de slimme nerd, en jij”, ze keek naar Astrid: “bent de quircky girl”. Astrid was begonnen haar haar in felle kleuren te verven, dus die klopte ook.

“Jacob, jij bent natuurlijk de held, en helaas, die zijn nogal saai. Je mag de dappere dingen doen maar al echte vuurwerk komt natuurlijk van ons.”

We moesten lachen, het was de sociaal onhandigste van het stel gelukt om een team te smeden. Ik vond het bijna niet erg meer dat Jerry er bij was.

 

De vijf. Nee, dat is een oubollig kinderboek van mijn ouders, ouder nog, zelfs. We deden het zonder naam. Maar we deden het niet zonder uiterst coole wapens. Het bleek dat Jerry en Ineke geboren lichtzwaardvechters waren. Vooral Jerry. Ik zat nog midden in mijn uitleg over hoe moeilijk dat was terwijl hij er al volleerd mee zwaaide. Ik was daar niet echt blij mee. Kinderachtige jaloezie had Liza het genoemd, en in wilde ter wille van Ineke het een kans geven, maar dit gevoel raakte ik niet zomaar kwijt.

<deel9>