De tussenwerelden (deel 6)

 

Als je deze zinnen leest heb ik geen uitgever gevonden en heb ik mijn ‘boek’ gewoon op internet gezet. Want wat ik nu ga schrijven moet herschreven worden. Ik weet intussen het een en ander, bijvoorbeeld over ‘opzetten en inlossen, oftewel Checkov’s gun. Als er in het begin van het verhaal een pistool voorkomt, moet dat afgaan. Dat is inlossen. Andersom geldt hetzelfde, er kan niet zomaar out of the blue een pistool afgaan, dat moet eerder al ergens aangekondigd worden, dat is het opzetten.

Ik schrijf therapeutisch, ik heb er niet over nagedacht wat ik wel of niet moet vertellen aan de lezer. Ik had wel een lezer in mijn hoofd, maar ik nam dat allemaal niet helemaal serieus. Sinds die opmerking van mijn psycholoog (dank je), neem ik het een stukje serieuzer. Ik ga echt proberen dit uit te geven. Hij heeft gelijk, het geeft me houvast. En meer mensen moeten het weten. Wat, dat komt vanzelf. Ik ga nu niet te veel meer verklappen.

Wat ik nu ga vertellen over Liza had ik eerder moeten doen. Dus de volgende alinea verhuist naar voren en dan gaat deze tekst weer weg, want dan is mijn uitleg niet nodig. Dan wordt dit een darling die ik ga killen, ook zo’n bekende uitspraak, net zoals ‘schrijven is schrappen’. Dus schrijf ik er maar op los want er moet wat sneuvelen. Ik stop er ook extra veel darlings in, zodat er tenminste een paar overleven.

Als je deze tekst toch leest, heb ik mijn uitgever kunnen overhalen om het er in te laten. Ik heb daar een heel goed argument voor. Deze tekst, en de manier waarop ik tegen jou praat terwijl je er helemaal nog niet bent laat namelijk zien hoe mijn brein werkt. Altijd met dubbele lagen, driedubbel zelfs. Third thought noemt Tiffany Aching ze. Dat is een personage uit de boeken van Terry Pratchett. Ik raad je aan dat te lezen, hij beschrijft veel mooier dan ik hoe dat werkt. Daar! Nog een darling. Mijn uitgever gaat vast alle verwijzingen naar boeken en films er uit halen. Dat vind ik jammer. Ik stel me namelijk voor dat er een lezer is die ze kent en dan van binnen een vreugdesprongetje maakt van herkenning, en als er lezers zijn die het niet kennen hoop ik dat ik dat ze gaan googelen.

 

Goed. Over Liza.

 

Omdat ik Ineke niet meer had kwam Liza het dichtst bij wat voor mij een maatje was. Ik weet niet of dat andersom ook zo was, want we spraken elkaar amper. We wisselden blikken. Liza is de enige in de klas die slimmer is dan ik, ze is ook een stuk verlegener dan ik. We zochten elkaar op als we in tweetallen iets moesten doen. We snapten elkaar en hoefden vaak weinig te overleggen. Ik vertrouwde haar en als ik niet zo onzeker over mezelf was geweest had ik geweten dat ze mij ook vertrouwde. Nu kwam ik er pas achter nadat ik had geholpen om haar spinnen te verslaan. Ik kreeg direct die volgende dag een briefje van haar. “We moeten praten” stond daar op. En dus zaten we na schooltijd op een bankje in het kleine park tegenover school, niet het park van de hut, dat was in mijn dorp. Mijn middelbare school was in een groter dorp acht kilometer verderop, niet eens een stad te noemen. Zie je, dit had ik je ook al eerder moeten vertellen.

 

“Ik heb over je gedroomd, en ik wist niet helemaal zeker of het wel een droom was. Dus vertel, wat is er gebeurd?”

Zo direct kende ik Liza, zo was ze ook als we aan een opdracht werkten, recht op het doel af, het was waarom ik haar zo gaaf vond. Toch was ik verrast, ze accepteerde kennelijk het bovennatuurlijke. Ik vroeg hoe dat kwam.

Liza zette haar dicteerstem op, wilde ik zeggen, maar ze had eigenlijk altijd een dicteerstem:
when you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth.  Sherlock Holmes, maar dat weet jij ook wel. Mijn spinnen zijn weg. Het spinrag is weg. Ik zou het zelf nooit zo gezegd hebben, ik heb niet jouw fantasie, maar het was wel precies hoe ik me voelde. Ingepakt, amper kunnen bewegen, omdat ik elke keer dat ik iets doe of zeg commentaar krijg. Jij bent zo’n beetje de enige die wel snapt wat ik zeg en die niet snapt wat ik ook niet snap. Maar sinds gisteren kan het me niks meer schelen dat niemand mij snapt. Sinds gsisteren heb ik besloten dat ik de wereld helemaal niet meer wil snappen. Dat scheelt heel veel energie. Het web is weg, de spinnen zijn weg, en jij hebt ze verjaagd, met een lichtzwaard nog wel, nice touch.”

Ik was letterlijk met stomheid geslagen.

“Dit is het moment waarop je me alles verteld begin maar met die wespen. Tenminste, zo gaat het in films en comics, en gezien wat ik meemaakte lijkt het of we daar in beland zijn.”

Ze had gelijk, dus ik begon te vertellen dat alles al voor die wespen was begonnen. Liza luisterde zonder een spier te vertrekken, maar zo was Liza altijd. Je kon nooit zien wat er in haar omging. Toen ik uitgepraat was zei ze:
“Het was lief van je, maar ik denk dat het geen goed idee was. Afgaande op je beschrijving is dit de plek waar iedereen zijn eigen demonen bevecht, maar dan echt, en volgens mij is het niet de bedoeling dat iemand anders dat voor je doet. Zei je nu dat er buiten die bollen ook allemaal monsters en enge dingen waren?”

Ik knikte.

“Zouden die ontsnapt zijn uit bollen die stuk zijn gegaan? Nog een reden om aan te nemen dat jouw drastische heroische daad misschien niet zo heel slim is. Zijn er meer die dit weten?”

Ik vertelde over Astrid. Ineke wilde ik niet noemen.

“Goed. Ik sluite me aan. Jij en je zus kunnen alle hulp gebruiken die jullie nodig hebben in de strijd tegen die zwarte wolk, want gezien het gedrag van iedereen op school is dit nog niet klaar.”

Ik vroeg me af of ik met het wegjagen van de spinnen niet een nieuwe verschrikking had gecreeerd, en ik was blij dat deze verschrikking aan onze kant stond.

<deel 7>