TW (genitalien, pesten, machstmisbruik)

Een piemel, ook al was hij lelijk, was heel gewoon voor mij. Mijn vader liep wel eens bloot door huis. Het was begin jaren 70, en mijn ouders hadden hippie vrienden die vonden dat bloot gewoon moest kunnen. Bloot was voor mij dus geen taboe. Dus toen er gevraagd werd: “Wie durft zijn piemel te laten zien?” meldde ik me als vrijwilliger aan. Ik was een jaar of 8. Een groepje was aan het donderjagen bij een slootje. Ik werd zoals altijd mee geslingerd tussen veilig afstand houden en mee willen doen.

Ik durfde als klein jongetje een heleboel niet: niet tot helemaal boven in de boom, niet van daken afspringen, niet met de kar van de hoge helling, maar mezelf vies maken bij een modderig slootje, dat kon ik wel. Ik voelde me zelfs een klein beetje stoer. Nadat bij iemand de broek een beetje afzakte werd de  inzet verhoogd. Wie durfde er meer bloot te laten zien? Een piemel laten zien, dat was toch zo eenvoudig als wat? En kennelijk had ik er succes mee, want er kwamen kreten, aanmoedigingen en nieuwe uitdagingen. Over je vingers plassen en aflikken. Ook daar had ik geen problemen mee, het smaakte net zo zout als zweet en uit je neus eten.

Wereldvreemd was ik. Ik begreep ergens wel dat piemels-en-zo verboden terrein waren, maar ik snapte niet waarom. Ik had geen idee waarom iedereen daar zo moeilijk over deed. Ik dacht dat het stoer was om iets verbodens te doen, dat het zoiets was als belletje trekken. Van taboes had ik geen flauw benul en ik dacht dat ik voor één keer de held van de dag was. 

Ik had ook geen flauw benul van de machtsspelletjes die er gespeeld werden,  dat ik gewoon gebruikt werd. Toch moet ik er iets van gemerkt hebben, want ik was onbewust wel zo slim om het bij die ene keer te laten. Pas later ben ik de regels van het spel rondom taboes gaan leren. 

Later, op de middelbare school, wilde ik zelf ook niet meer bloot gezien worden. Schaamte deed zijn intrede. Mijn opluchting over de gymles die voorbij was, maakt altijd heel snel plaats voor kleedkamerangst. Die galmende voorgeborchtes waar je doorheen moest, voordat je weer in de gangen en lokalen kon zwerven. Die gangen en lokalen waren nou ook niet echt de hemel, maar daar kon je je tenminste weer terugtrekken in je hoofd.

Douchen was verplicht. En hier, in de brugklas, ontdekte ik dat je kennelijk een grote of een kleine kon hebben, en dat groot beter was. Ik keek schichtig rond. Ik durfde nooit lang mijn blik te laten hangen want de prijs voor kijken is bekeken worden. Ik vermoedde dat de mijne klein was. Hoe klein? Ik had geen idee. Hoe moest je zoiets meten? Dikte, diameter, lengte? En in slappe staat, of in rechte? Heel even speelde ik met het idee een erectie op te wekken, vlak voor het douchen. Het maatverschil tussen een slappe en een stijve was groot. Dan had je tenminste iets om mee voor de dag te komen.

Maar toen hoorde ik van af de kleedkamerbank het gejoel vanuit de douches: “Egbert heeft een stijve! Vind je jongens zo lekker, Egbert?”
O, Egbert. 

Egbert was mijn bliksemafleider. Hij wilde er zo graag bij horen, hij deed daar ook zo zijn best voor. Maar daardoor viel hij juist op. Ik zag vaak al mijlenver van te voren hoe zijn pogingen zouden stranden. Ook nu had hij mij gered. Snel gaf ik een klap op mijn onderbroek. Mijn opkomende erectie werd snel slap.

Mijn piemel wordt eind 2020 een vagina. Eindelijk. Ik heb er nog steeds niet zo heel veel last van, maar het is fijn dat het eindelijk gaat kloppen daar beneden.. Een goede “tuck”, het wegstoppen van mijn penis,  voelt voorlopig goed. He was verrassend hoe goed dat voelde, de eerste keer dat ik dat deed. Alsof er niks meer in weg zat, en ik voorwaarts kon. Ik ging er anders door lopen. “Sierlijker”, ze een vriendin.

Please follow and like us: