Ik sprak mijn jongere ik.

“Ben ik echt een meisje?” vroeg ze.

“En wordt ik later zo mooi? Mag ik zulke gave kleren dragen?

Hoe heb ik dat voor elkaar gekregen? Waar haal ik dat lef vandaan? Kun je me nu wat geven?”

Ik schudde mijn hoofd.

Ik heb dat lef alleen omdat jij nu doet wat je doet.

“Maar ik verkloot alles! Ik heb nog niet eens gezoend. Ik weet wat wat ik moet met mijn leven. Alles wat ik wil is dromerij en niet realistisch. Ik pas niet. Hoe overleef ik dit? Geef me tips!”

Ik legde haar uit dat ik dat niet kon.
“Alles wat je doet, ook je mislukkingen maken je tot wie ik nu ben. En wat er ook gebeurt, je blijft altijd het mooie zien in alles. Er wachten zoveel schatten. Als ik ze nu nog weet, kan het niet anders dan dat ze indruk op je maken. Jij gaat al die momenten nog tegemoet”
Ik heb haar niet verteld over die schitterende kinderen die ze gaat krijgen. Of . . . misschien liet ik per ongeluk wat vallen. Het is zo moeilijk om niet over ze te vertellen. Ik weet nog dat ik droomde van ze, voor ze er waren.

“Kun je het aan?” vroeg ik.
Ze knikte met haar jongenshoofd: “Ja, ik ga er wel doorheen. Voor jou, voor mij. En niet alleen voor later, ook voor nu. Ik kan niet anders dan het leven leven, en vertrouwen, ook al weet ik dat ik dat soms niet kan voelen.”

Ik ben zo trots op mezelf als ik de periodes terug zie waarop ik het niet kon voelen.

Ergens in die dieptes is steeds het weten geweest.

Mijn huidige en mijn jongere ik. Wie heeft wie kracht gegeven?

 

Please follow and like us: