Je bent er nooit.

Er is geen “er”.

Dat weet je natuurlijk al. je kent al die prachtige volzinnen over de reis die belangrijker is dat het doel.

Maar kennen is niet weten,
weten is niet ervaren.

En zelfs ervaren heeft weer meerdere lagen. De zelfde les lijkt terug te komen op een dieper niveau. Maar eigenlijk wil ik dat woord niveau helemaal niet gebruiken. Want we zitten allemaal met dat stomme schoolsysteem in ons hoofd. Niveau is gekoppeld aan examen en een diploma.

En dan ben je klaar.

Toch weer die “er”.

Je bent er nooit, en dus blijven ze terugkomen, die buien waarin je jezelf naar beneden haalt.

Ik had ze, deze zomer.

Voordat ik vertel dat ze minder vaak langs komen en dat ik er steeds sneller uit kom, dat ze ook steeds minder vat op me hebben:

Daar heb je dus niks aan als je midden in die bui zit. Zo’n bui kent geen tijd. De laatste keer stapte ik er zo snel uit dat het leek of ik die bui met een vingerknip weg joeg. Maar de vijf seconden daarvoor leek het nog of ik in de eindeloze ellendigheid zou blijven ronddwalen. De zoveelste cirkel van hel of zo. (Misschien was Dante niet de meest perfecte zomerliteratuur).

Maar het kan dus, er sneller uit komen. Ik heb een mechanisme herkend.

Die buien van mij, dat is mijn interne criticus in overdrive.

Die zien er ongeveer zo uit:

Bui

Als uit de diepte
het gegrom van het monster klinkt,
de rechte rug
op de spieren speelt,
het tij zich enkel nog
in zichzelf keert,
de dag als herfstblad
cirkels drijft op straat,
het licht wel buigt,
maar niet naar jou.
Dan is het goed
om te weten dat straks
de dagen weer zullen wapperen.

(Toen ik dit schreef, in 2013, hoopte ik heel erg op het wapperen, maar ik was er  toen helemaal niet zo zeker van dat het zou komen)

Als de interne criticus zich laat horen heeft het geen zin je oren dicht te stoppen (ja, duh! het zit in je hoofd). Het heeft geen zin om er voor weg te lopen. Afleiding te zoeken of op een andere manier de criticus te negeren. Als je je interne criticus flink over de zeik wil krijgen moet je dat doen.

Als je je interne criticus niet serieus neemt, haalt hij of zij het zwaarste geschut van huis.

Je criticus sluit je af van alles wat mooi is in jou. Alles wat jouw geluk brengt, alles wat jou kan troosten, alle zelfvertrouwen, alle dingen waar je trots op kon zijn. Ze zijn weg. Onbereikbaar. Je mag er pas weer aan komen als je het probleem hebt opgelost dat de criticus voor je voeten heeft gegooid.

En als je door hebt dat dát de truuk is die jouw criticus gebruikt, kun je hem ontmantelen.

Het ís niet weg. Alles is er nog. Alles is nog heel. Geen schade. Geen vlekje.

Je mag er alleen niet bij.

Zodra je beseft dat dat een beslissing is die je zelf hebt genomen, kun je ook anders beslissen. En dan helpt het enorm als je je interne criticus belooft dat je het probleem dat ie voor je voeten heeft gegooid serieus gaat bekijken.

En soms is dat probleem reëel. In mijn geval waren  het een paar beslissingen die ik het afgelopen jaar genomen had, die zakelijk niet zo handig waren.

Soms is zo’n probleem niet reëel.  En dan kun je dan uitleggen aan je interne criticus.

Het lijkt zo makkelijk, dit.

Maar deze oplossing kennen is niet hetzelfde als weten, en weten is nog geen ervaren.

Ik heb dat ervaren geleerd aan de hand van dit kastje.

Negen laden.

Negen gebieden om ervarinsgwerk te doen. Negen manieren om daadwerkelijk te gaan spelen met al die mechanismes in je hoofd. Negen kansen om te oefenen het anders te doen. En alle negen lades ondersteunen elkaar.

Hier vertel ik er over (en als je geen zin hebt in een video: hier is een blog erover)

Please follow and like us: