Waarom je je hart niet hoeft te volgen

Er bestaat geen mislukking, er is alleen feedback.

Dus daar stond ik mezelf te verbijten. Ik mocht me niet mislukt voelen. Ik slikte wat brokken door, klemde mijn kaken op elkaar en ging verder.

Dat mijn ademhaling hoger zat, dat de spanning er alleen maar groter door werd, had ik pas later door.

Dat was in de periode dat ik mijn hart besloot te volgen en bezig was met een theatertoer.

Ik had zojuist een zaal met 200 stoelen af moeten zeggen om dat ik er maar 5 verkocht had.

Je hart volgen.

Dat is er ook zo een.

En zo kan ik er nog wel een paar noemen die ik misbruikt heb.

Zo dacht ik dat ik een behoorlijke growth mindset had, en dat ik goed uit de box kon denken.

Ik bedoel, ik viel overal uit de boot, maakte grappen die niemand snapte, had voorstellen die wel heel mooi waren, maar die iedereen onhaalbaar vond. Dat is uit de box toch, en nieuw? En nieuw is toch groei?

Ik gooide mezelf van het één in het ander, en vertelde mezelf hoe ik me daar bij moest voelen.

Ik vertelde mezelf zelfs dat ik me ondanks alles oké moest vinden.

Ik had niet door dat ik mezelf in een hele mooie box had opgesloten.

Ik had niet door dat mijn hart riep: “Blijf nou eens staan, ik kan je niet bijhouden!”

Ik had niet door dat ik mijn mind fixeerde met alles dat ik moest fixen.

Nu weet ik:

Zo ziet compassie er niet uit.

Zo ziet een groeimindset er niet uit.

Groeimindset is niet neus dicht en van de hoge springen als je eigenlijk niet durft.

Of wel.

Want van de buitenkant zie je het verschil niet.

Het verschil zit hem in zelfcompassie.

En zelfcompassie is niet dat je per sé van je zelf moet houden, als je daar even niet bij kunt.

Zelfcompassie is voelen dat je er niet bij kunt, en dat toestaan.

Zelfcompassie is toestaan dat ik me mislukt voel als ik een zaal van 200 stoelen afzeg. En voelen hoe mooi het was dat ik dat toch wilde proberen.

 

Zelfcompassie is voelen hoeveel spanning op een volgende stap zit, op een schaal van 1 tot 10.

Zelfcompassie is kiezen voor een 4, niet hoger.( Dat wil niet per se zeggen dat je stappen kleiner hoeven. Misschien mag je iets regelen in voorbereiding of ondersteuning.)

Zelfcompassie is niet achter al die kreten aanvliegen, maar jezelf toestaan te voelen wat ze bij je doen. Voelen of het iets is dat je wil, of dat het iets is dat je moet doen omdat je anders  . . .

En áls je het dan echt graag wil. Vraag je dan af hoe je mag mislukken. Leg vast kussentjes neer voor de uiglijders die je gaat maken. Want dan durf je te blijven voelen, en als je blijft voelen, hoef je je hart niet achterna. Je hart is dan altijd bij je.

 

jezelf kortwieken, hoe dat gaat (en dat je ook weer vleugels kunt laten groeien)

“Tussen droom en daad staan wetten in de weg
en praktische bezwaren”

Dit werd mij toegefluisterd door een tante, toen ik als puber met ogen vol vuur een schitterende wereld schetste.

Mijn broer die zag hoezeer ik hierdoor uit het veld geslagen was haastte zich om me te vertellen dat het regels waren uit “Het Huwlijk” van Willem Elsschot, en dat de droom ging over de moord op de echtgenote.

En toch.

Deze regel typeert de cultuuur waarin ik opgroeide. Niet alleen thuis, ook op scholen, universiteiten en instanties kreeg ik steeds deze boodschap mee.

Nu pas besef ik hoe deze boodschap mij zelf als loopbaancoach in de weg heeft gezeten.

Waar ik steevast schitterende mensen zag met ongelofelijke mogelijkheden, gaf het UWV, als opdrachtgever, ijzeren beperkingen mee, als voetkettingen:
– liefst terug in eigen werk (waar mijn klanten vaak niet voor niets uitgeknald waren)
– geen tijd voor oriëntatie, gewoon aan de slag, solliciteren, en snel een beetje
Het scholingsbudget was al lang op.

Nu besef ik volledig waarom dit vreselijke spel met mensen mij zo’n pijn deed.

Want dát is de afspraak: 
Leuk die dromen. Laat eerst maar eens zien dat je het spel volgens onze regels kunt spelen.  En kom dan nog maar eens terug.

Gisteren ontmoette ik weer schitterende mensen met schitterende mogelijkheden.

En nu weet ik dat een verwaterde versie van die mogelijkheden geen optie is.

Het is géén optie om op een plek te zitten waar ze niet zien waar jouw echte waarde zit.

Gewoon niet, punt!

Je doet dit niet alleen jezelf aan, maar ook de wereld, want hoe kunnen we nu van je genieten als je niet kan stralen?

Het ergste van alles is dat, als je maar lang genoeg op die plek bijft, je het zelf gaat geloven.

Daarmee worden je vleugels afgeknipt.

Maar ik weet dat ze weer kunnen groeien.

Dan is het niet meer nodig om je op de kop te laten zitten door ‘de regels van het spel’.  Het is zelfs niet meer nodig om je af te zetten tegen die regels. 

Dan vlecht jíj je eigen regels door het spel heen.

Ik heb het met eigen ogen gezien, sterker nog, ik heb het zelf ervaren.

Doe jezelf en de wereld een plezier, en neem vliegles.

 

Ik houd chocoladeclub avonden. Interesse?

 

over signaalangst, en dat je soms te slim bent

Hé jij,

wat ben je toch een moeilijk te openen cadeautje.

Want als ik met jou over laagjes begin . . .

dan denk jij aan de laagjes die je kwijt bent, en dat is gaaf, maar je hebt niet door dat je intussen ook een paar nieuwe in stelling hebt gebracht.

Stiekemere.

En als ik je daar op ga wijzen kunnen er twee dingen gebeuren:

  1. Je ontkent heftig, want ze zijn écht heel slim, die laagjes. Goed verstopt, ook voor jezelf.
  2. Je schrikt: Ojee! toch nog iets niet goed aan mezelf. Help, ik dacht dat ik al zo ver was. Waah! Ik deug ook nergens voor. Enzovoort.

Bij de eerste, laat ik je los. Wat je niet ziet, wat je niet voelt,  kun je niet aangaan. (En nou maar hopen dat je niet stiekem toch nummer twee gaat voelen, als ik weer weg ben)

Bij de tweede zou ik je handen nog even willen vasthouden, en zeggen: “Rustig nou maar, iedereen heeft vermijdingsmechanismes. Durf jij de jouwe te ontdekken?”

 En dan zeg je ja.

En dan hoop je dat ik je er zo even op kan wijzen, en dat je dan denkt: “oja, verhip! dat doe ik. Oh, daar trap ik niet meer in dan.”

uh uh

Nee dus.

Want zo werkt het niet.

Wat wel werkt is samen de schaamte opzoeken.

Maar ja, dat is spannend, want juist jóuw schaamte wil je niet ervaren.

, die van anderen, en de algemene schaamtes die je zoal kunt hebben.

Há!  Ja, die zijn gesneden koek voor je. Want je hebt gelijk, je bent ook al heel ver.

Maar net die ene?

No way!

schreeuwt je signaalangst.

O, die moet ik misschien even uitleggen, die signaalangst.

Nou, het zit zo:

Jouw specifieke schaamte is zo pijnvol dat je brein er voor zorgt dat je daar niet eens in de buurt gaat komen. Die gaat waarschuwingssignalen geven, al kilometers van te voren. Dat signaal is angst. Die angst is vaag, maar je brein reageert met een hele slimme afleidingsmanoevre om je uit de buurt te houden.

Dus daar kom je niet.

En ik ga niet lopen duwen of trekken.

Ik wil wel met je, hand in hand, héél voorzichtig verkennen.

En voelen.

Zodat je daarna kunt oefenen. In hele kleine stapjes.

 

Durf je?

 

 

Ik heb chocoladeavonden, die heel fijn en veilig zijn, en ook een beetje spannend.

 

O, en om je gerust te stellen: het gaat dus niet om een of ander diepduister zwart ding, diep binnenin jou.

Het is gewoon, zo’n licht, ielig, beetje pluizig, goh-hoe-heet-het-ook-al-weer dingetje, best lief, eigenlijk, als je het eenmaal ziet.

De Amygadala en de kaping van de je hersenen

Beest

Er huist een beest in mij
dat onverwacht
mijn vreugde in de diepte sleurt,
als een krokodil zijn prooi
wentelt en wentelt
de adem beneemt.
Er klinkt de geur van bitterheid.
Ik dood het niet,
het beest.
Het is mijn draak
die slapend waakt
over mijn schatten.
Soms heeft het een kwade droom.
Met bloedende handen
aai ik dan zijn schubben.

Ik schreef dit  vijf jaar geleden.

Kennelijk voelde ik de aard van het beest haarfijn aan, inclusief de notie dat het er was om me te beschermen.

In mijn opleiding leerde ik de naam kennen van het Beest.

Het is de Amygdala.

Het is inderdaad een draak die schatten bewaart,
een draak die dat niet altijd even subtiel doet.

Als ie denkt dat er gevaar dreigt mobiliseert  de Amygdala je complete brein om je te verdedigen. (The Amygdala Hijack)

WHAP ! !

Geen plaats meer voor relativerende gedachten, alle routes naar zelfcompassie afgesneden.

Staat van beleg!

Huifkarren in een kring, het enige dat je ziet is zijn de gevaren die joelend op hun paarden rondjes om je heen rijden. Ze roepen alle oordelen die ooit naar je hoofd geslingerd zijn, en die je hebt ingeslikt.

Er valt inderdaad weinig anders te doen dan het aaien van de schubben, en ja, dat doet zeer.

Is dat het dan?

Ja dat is het dan. Dit is niet te voorkomen. Die kuil is niet altijd te omzeilen.

Je kunt wel leren om er sneller uit te klimmen.

To the rescue!

The cavalry!

De prefrontale kwab.

Want er is één weggetje die de Amygdala over het hoofd gezien heeft. Eén weggetje om hulp te halen: de cavalerie,  je prefrontale kwab.

Je prefrontale kwab springt tussen de huifkarren door. Hij komt op zijn hurken naast de belaagden zitten, duwt met zijn hand heel zachtjes het geweer naar beneden, en zegt: “Kijk eens goed? Het zijn je eigen gedachten, daar op die paarden.”

Die heb je eerder gehoord. Sterker nog, het was één van de dingen die ze schreeuwden, daar op die paarden. “En je kunt niet eens je eigen gedachten in bedwang houden!” Maar nu, is het je prefrontale kwab die het zegt, en niet de aangewakkerde angst. Het is met liefde gefluisterd. Met een hand op je schouder.

Het wordt rustiger. Het stof heeft tijd om te gaan liggen. 

Dat weggetje naar die hulp zit aan de linkerkant van je hersenen.
Dat weggetje is groter te maken.

Door te oefenen.

In héle kleine stapjes.

In een veilige omgeving.

En weet je?

Onder al die pijn ligt schaamte.

En die schaamteplek mag je met liefde betreden.

Aaien helpt, en ja je handen zullen bloeden. 

 

Zó zet je een volgende, cruciale stap

“Als ik je vanmorgen gevraagd had te doen wat je nu op het punt staat te doen, hoe eng was dat geweest, op een schaal van 1 tot 10?”, vroeg mijn coach.

Ik aarzelde geen moment:  “Een dikke tien! “

“En nu? “

Ik had de tekst al geschreven. Dat vergde al zo’n beetje alles. Maar ze klopten, de teksten. Ik had ze nog een keer nagelezen. Het klopte wat er stond.

Zo voelde het.

Ik hoefde alleen nog maar op ‘send’ te drukken.

“Een vier”, antwoordde ik.

Precies uitdagend genoeg voor een volgende stap“, zei mijn coach met een glimlach.

Mijn coach is Xandra. Vreemd, want ze is ook al jaren mijn vriendin.

En oh, wat ben ik blij dat ik haar als coach gehuurd heb, want dit gesprek zou ik niet in een vriendschapsrelatie gewild hebben.

Die volgende stap.

Mezelf zichtbaar maken.

Wat heeft dat een boel lagen.
Ik was al behoorlijk zichtbaar.
Ik heb er geen probleem mee om mijn kwetsbare kant te tonen.
Ik had zelfs al een verkooppagina geschreven,
én een pagina met mijn aanbod,
mét prijzen!

Hm hm 

Maar dit.

Dit gaat om een persoonlijke uitnodiging aan mogelijke klanten. Mensen die ik al kén.

Mensen die ik ontmoet heb vanwege dezelfde interesse. Mensen die zich herkennen in mijn teksten.

Maar die mensen voelen intussen als vrienden.

Je gaat toch niet iets verkopen aan je vrienden?

Wat zullen ze wel niet denken?

“O, dus onze vriendschap was er voor jou alleen maar om aan te verdienen?”

Die gonst door mijn hoofd.

Ik zie de tegenstelling met het feit dat ikzelf juist blij ben dat ik een vriendin betaal voor coaching, en dat het de vriendschap juist zuiver houdt.

En toch.

“Ben ik er alleen voor je om aan te verdienen?”

Het gonst nog steeds door mijn hoofd.

Hoe leg ik in vredesnaam uit dat ik dat niet zo zie?

Niet.

Ik kan dat niet uitleggen zonder mijn aanbod af te zwakken.

En jezelf afzwakken is nu precies één van die dingen waarvan ik mijn klanten gun dat ze het niet meer doen. Dus moet ik dat ook kunnen, niet afzwakken. Niet alleen op al die andere gebieden, maar juist precies hier op mijn pijnpunt.

Echte moed voelt niet als moed.

Echte moed voelt heel alleen (nou ja, ik had mijn coach) , en reuze kwetsbaar.

En toch.

Het staat op schrift:

Wat ik mijn vrienden gun.

En de rol die ik daar in kan spelen.

Ik ga het versturen.

Nieuwjaarswens

Wens

Ik wens je zachtheid

om schoonheid te zien,

ook als die verborgen is.

Ik wens je hardheid

om meningen en oordelen te weerstaan.

Ik wens je draagkracht

maar ook kwetsbaarheid.

Ik wens dat je tot tranen toe bewogen wordt.

Moge de meeste van geluk zijn.

Ik wens je kleine momenten van verlegenheid

waarmee jij de schat in jezelf bloot geeft.

Ik wens dat je veel moois ontdekt

in anderen

en daarmee

in jezelf.

Ik wens je momenten

die eindeloos in zichzelf verloren gaan.

Ik wens je lichte onrust toe

en diepe tevredenheid

als iets op zijn plek schuift.

Ik wens dat je oprecht “het zij zo” uit kunt spreken

over dat wat je al zo lang dwars zit.

Ik wens je vele dagen

met een lach op je gezicht.

Ik wens je durf

uit liefde geboren.

Ik wens voor dit jaar

dat alles

dat later,

achteraf

zo mooi zal blijken

op het moment zelf

voldoende tot je doordringt.

Neem dit jaar tot je

met volle teugen.

nieuwjaarswens

Ik wens je zachtheid
om schoonheid te zien,
ook als die verborgen is.


Ik wens je hardheid
om meningen en oordelen te weerstaan.


Ik wens je draagkracht
vanuit kwetsbaarheid.

 

Ik wens dat je tot tranen toe bewogen wordt.
Moge de meeste van geluk zijn.

 

Ik wens je kleine momenten van verlegenheid
waarmee jij de schat in jezelf bloot geeft.

 

Ik wens dat je veel moois ontdekt
in anderen
en daarmee
in jezelf.

 

Ik wens je momenten
die eindeloos in zichzelf verloren gaan.

 

Ik wens je lichte onrust toe,
maar ook diepe tevredenheid
als iets op zijn plek schuift.

 

Ik wens dat je oprecht “het zij zo” uit kunt spreken
over dat wat je al zo lang dwars zit.

 

Ik wens je vele dagen
met een lach op je gezicht.
Ik wens je durf
uit liefde geboren.

 

Ik wens voor jou
dat alles
dat later, achteraf
zo mooi zal blijken
op het moment zelf
voldoende tot je doordringt.

 

Neem 2018 tot je
met volle teugen.

 

 

Emma

 

Over mislukt voelen

Mijn  hele leven voelde ik me mislukt. Behalve toen ik nog te jong was om dat door te hebben.

Blissful ignorance!

Ik ben een dichter in mijn hart, en de wereld is niet aardig  voor dichters.

Pas zes jaar geleden kreeg ik het begin van het gevoel dat mislukt zijn, misschien niet iets is dat voor altijd hoeft te duren.

Ik schreef op 30 december, precies 6 jaar geleden deze post.

Ik eindigde zo:

Dus mijn wilde plannen toetsen op wat ik écht wil.

En wat ik echt wil is de hekken weg.

Ruimte voor wie we echt zijn.

 

Het was een bumpy road, de weg naar nu. Wat zeg ik, wás?!  De weg is wilder dan ooit.

Maar ik voel me niet meer mislukt. Ik weet nu ook eindelijk waaróm ik me al die jaren zo voelde.

Dat kwam doordat ik van de ene kuil in de andere rolde. Allemaal getriggerd door rejection sensitivity.

Als je een dichter bent sta je wijd open.

Heel weids,

en altijd.

Je voelt, hoort, ruikt, ziet de wereld zoals die op zijn mooist is.

En ook op zijn lelijkst.

Je bent een dichter, for better or for worse.

One look, one smell, one sound, one word. And your brains light up like a christmass tree. (or is it fireworks?)

 

Dus miste ik de aansluiting met mensen die niet zagen wat ik zag.

Ik moest geld gaan verdienen, een baan zoeken. En overal in de wereld van het geld waren mensen die het niet zagen. En als ze het wél zagen hielden ze het voor zich. Want die schoonheid is leuk een aardig maar brengt geen brood op de plank.

Ik  vóelde het gemis, het deed pijn. En omdat ik niet iemand anders kon zijn bleef ik met mijn open wonden doorploeteren.

Ik werd steeds gevoeliger voor afwijzing. Ik zag het zelfs als het er niet was. De afstand tussen mij en de wereld leek alleen maar groter te worden.

Totdat ik ging bloggen.

Over alles wat er binnen was. Nu mocht het naar buiten. En ik vond herkenning. Er was verbinding. Er waren anderen die het ook zagen, voelden.

En ik leerde een ander woord voor dichter.

Hoogsensitiviteit.

Het was gewoon de manier waarop mijn hersens werkten.

Het anders zijn, het hevig voelen.

Het was niet omdat ik mislukt was. Ja, ik was mislukt in het niet-dichter zijn.

Maar het was al die tijd juist de bedoeling dat ik een dichter zou zijn.

Ik kreeg ontelbare malen het woord ‘dromer’ a;s scheldwoord naar mijn hoofd geslingerd. Ik had nooit door dat het eigenlijk een compliment was.

En hoewel ik nooit heb geprobeerd een ander te zijn, heb  ik wel mijn  stinkende best gedaan om wat minder dichterig te lijken.  Het enige wat het deed: het maakte me flets en vaal.

Ik weet dat ik niet mislukt ben. Ik ben precies wie ik moet zijn.

Soms voel ik de zwaarte nog. De zwaarte van het mislukt zijn. Maar ik weet dan dat ik op zo’n moment heel lief mag zijn voor mezelf. Want het is niet waar wat ik voel.

Dat wil zeggen, het is niet waar wat mijn hersenen aan dat gevoel willen koppelen.

Oude mechanismes schud je niet zo maar even van je af.

Maar ik herken ze, de mechanismes.

Beest

Er huist een beest in mij
dat onverwacht
mijn vreugde in de diepte sleurt.
Als een krokodil zijn prooi
wentelt en wentelt
de adem beneemt.
Er klinkt de geur van bitterheid.
Ik dood het niet,
het beest.
Het is mijn draak
die slapend waakt
over mijn schatten.
Soms heeft het een kwade droom.
Met bloedende handen
aai ik dan zijn schubben.

(21-3-2013)

 

Ik dood ze niet, mijn mechanismes. Ik speel met ze, soms tot bloedens toe.

Zo transformeer ik ze.

En zo herwin ik mijn kracht.

Zo stap ik op de wereld af, want die zit op me te wachten.

Het is namelijk tijd dat veel meer mensen gaan zien hoe mooi die is, en hoe mooi ze zelf zijn.

 

Liefs

Emma

Blij worden van feelgoodfilmpjes . . . maar dan!

Hebben we het  nou niet een beetje mee gehad, met die feelgoodfilmpjes?

Authenticiteit.

Leven vanuit je hart.

Je passie achterna.

Dromen, durven doen.

Tijd om het stof te laten dalen en te zien wat daar nu helemaal van over blijft.

Het gaat een beetje rondzingen, en dan krijg je zo’n hele harde piep. Dat komt er van als je de microfoon te dicht bij de boxen houdt. Als alle quotes, adviezen rechtstreeks overgenomen worden, doorgestuurd, geretweet, geliked.

En daar komt weer het zoveelste feel good filmpje.

Onzin?

Welnee, alleen een beetje veel stof.

En als dat gezakt is kun je zien wat daar nog van overeind blijft.

Geen roze wolk en eeuwigdurend geluk.

Maar wel het besef dat we niet alles kunnen regelen via systemen, hoe slim we die ook maken.

Wel beseffen dat we niet allemaal in de mal passen.

Dat hebben we gezien in die filmpjes. Daar werden we toch zo warm van, daar kregen we toch tranen van in de ogen?

Maar hoe zit het met je buurman? Je collega? Met jezelf?

Kun jij met andere ogen kijken naar de mensen aan wie jij je ergert? Durf je het contact aan met mensen die je uit de weg gaat? Durf jij jezelf te laten zien in plaats van je te verschuilen achter een mening die lekker in de markt ligt? Durf jij de confrontatie aan?

De wrijving die dat op levert, kost misschien wel energie, maar levert ook energie op.

Ik hoop dat je het lef hebt om waar te maken waar we ons zo good bij feelen.

Waakzaam zijn op je oordelen over anderen.

(en niet net doen alsof je die niet hebt)

Ruimte maken om het verhaal van de ander te horen

ook als het niet via een ontroerend youtube filmpje tot je komt, maar in een vorm die minder goed bevalt.

Vertrouwen geven, zonder je in te dekken met de valse meten-is-weten zekerheden.

Het mogen kleine stapjes zijn, als het maar stapjes zijn.

En een like of RT is leuk, maar telt nog niet als eerste stapje.

Ja, ik heb het vooral tegen mezelf, maar je mag je best aangesproken voelen.

RT of like pas als jij de echte stap ook zet, liefst vandaag nog.

Een buiging  voor jou als je dat al deed.

Een kerstverhaal

Peter was nu oudste kleuter. Na de zomer mocht hij naar groep drie. En dat was gaaf, want dan mocht hij het echte werk gaan doen. Maar het was nog lang geen zomer. Sterker nog, het was kerst. En weer was hij met de hele klas bezig aan werkjes die ze mee konden nemen naar huis.

Stomme werkjes!
“Als heuse kerstversiering!” had de juf gezegd. En dat was precies het probleem. Peter vond  werkjes het stomste wat er bestond! En een heuse kerstversiering was het al helemáál niet. Dat juf het allemaal prachtig vond, zei helemaal niks. Dat was haar beroep. Maar Peter zag zo wel dat de armetierige dingen die ze knutselden totaal niet leken op die mooie spulletjes van de kerstmarkt. De ‘echte’ glitter die ze mochten gebruiken maakte het alleen nog maar erger, want die bleef niet goed zitten. Je zag de lijmvlekken onder de glitter uit komen. En je moest altijd knippen. En Peter kon niet knippen. Zijn oudere zus pestte hem daar soms mee. De juf zei dat als hij maar hard genoeg probeerde het wel zou lukken. Hij had het zijn hele kleutertijd al geprobeerd, en hard proberen maakte het erger. Zijn handen schoten dan in de kramp, en dan lukte er helemaal niks meer.

Een plan
“Hé Peter”,  Peter schrok, hij was zo verdiept in zijn gedachten dat hij niet door had, dat meneer Ben achter hem stond. Meneer Ben was er de tweede helft van de week. De leukste helft. Meneer Ben was nog maar net begonnen in de kleuterklas. Daarvoor had hij altijd groep 8 gedaan, had hij verteld. En hij moest nog alles van kleuters leren. Dat had Peter wel stoer gevonden, een meester die nog iets moest leren.

“Ik zie dat je niet verder gaat met je werkje.”
“Nee, het is stom! En het wordt toch niks!”
“Is het stom omdat het stom is, of omdat het niet lukt?”
“Omdat het niet lukt! Ik krijg die bobbels van het schaapje niet geknipt, en de staf van de herder breekt steeds bij het knippen! Het lukt me toch nooit. Zelfs de jonge kleuters kunnen beter knippen dan ik! En dan neem ik het mee naar huis en dan zegt mijn moeder dat het mooi is, en ik weet toch wel dat ze liegt, want dat zegt ze altijd. En dan zet ze het neer, en dan ziet iedereen het!” Vooral mijn zus, dacht hij, maar dat zei hij niet.

“Zou je beter willen leren knippen?”, vroeg meneer Ben.
Peter dacht na. Dat wilde hij wel, maar meer nog wilde hij iets mee naar huis nemen waar hij echt trots op kon zijn.
“Dat lukt toch nooit op tijd!”
“Ik heb een plan. Ben je benieuwd naar hoe ver je kunt komen? We hebben de rest van de week nog. Vrijdag gebeurt er niet veel meer, maar vandaag heb je nog en morgen ook.”
“En alle andere dingen dan?”
“We gaan letters en cijfers doen. Die ken je toch al. En zijn er verder dingen die je zou missen?”
Daar had Peter snel een antwoord op. Hij was wel een beetje klaar met kleuteren. Er was niet iets dat hij zou missen.

20 schaapjes
“Oké, nou ga ik je iets vragen dat je misschien gek vindt. Zou je 20 schaapjes willen knippen?”
Peter rolde met zijn ogen.
Meneer Ben pakte het schaapje dat Peter net geknipt had.
“Kijk, zie je? Dit eerste stuk is best goed. En hier gaat het mis.” Meneer Ben wees op de plekken waar Peter met zijn schaar was doorgeschoten.
“Ik vind dat niet zo heel erg storend, moet ik eerlijk zeggen, maar jij wil het graag mooier. Is dat zo?”
Peter zei heel zachtjes:  “Ja”.


“Als jij bij de eerste tien schaapjes nu een allemaal verschillende manieren uitprobeert om niet uit te schieten met je schaar. Ook hele gekke manieren. Ze mogen allemaal mislukken. Het gaat erom dat je die manier vindt. Als een soort uitvinder, zou dat lukken?”
Peter knikte. Meneer Ben zag dat hij al aan het nadenken was.

Even later was Peter druk bezig. Meneer Ben zag dat Peter bij zijn pogingen wolbobbels en poten doorknipte, maar toch doorging.
Toen de tien schapen klaar waren, haalde een trotse Peter meneer Ben er bij.
“Kijk! Ik knip er eerst omheen. En dan knip ik steeds een beetje dichterbij het schaapje. En bij de bobbels knip ik van twee kanten. Maar nu doet mijn hand zeer.”
“Wow, jij hebt veel ontdekt. Je hebt zelfs ontdekt dat je pauze moet nemen omdat je handen moe worden.”

 

En de herder
De volgende dag was Peter net zo lang met zijn schaapjes bezig tot hij er eentje had waar hij tevreden over was. Toen begon hij aan de staf. Niet dat die zou lukken, maar Peter was benieuwd of het beter zou gaan met de manier waarop die hij bij de schaapjes had ontdekt.
Meneer Ben had tien hele grote herders gekopieerd.
“Dat is om te oefenen.”

Toen Peter meneer Ben kwam halen om te laten zien dat hij een herder mét staf had geknipt, zag hij dat meneer Ben met zijn schaapjes bezig was.
Hij had ze op een mooie zwarte achtergrond geplakt. Peter zag dat hij ze precies op volgorde geplakt had. Eerst de mislukte schaapjes, en op het eind het laatste gelukte schaapje.
“Als je nu eens dit mee naar huis nam in plaats van een kerststal. Dan kunnen ze thuis zien wat je op school geleerd hebt.”

Een trotse kerst
Die kerst liet Peter trots zijn schaapjes en zijn herders zien. De laatste herder was nog steeds niet zoals hij wilde, maar toch zichtbaar beter dan de eerste. En wat het mooiste was. Iedereen was écht verrast om al die stapjes te zien, zelfs zijn zus had “Wow!”geroepen.

Zijn moeder had tranen in haar ogen gehad, en helemaal niets gezegd. Ze had Peter alleen maar een hele dikke hele lange knuffel gegeven. En dat was duizend keer meer waard dan alle “Wat mooi!” uitroepen bij elkaar.